Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.10

9– Representatief gebied.

Onderdeel van Welstandsnota 2010 gemeente Etten–Leur

Gebied in hoofdlijnen. De Parklaan vormt de hoofdentree van de gemeente aan de oostkant komend vanaf de rijksweg en is daarmee een belangrijke drager in de structuur van Etten–Leur. De laan is door zijn brede profiel en inrichting representatief. Het groene doorgaande lint vormt in combinatie met de omringende bebouwing een stedelijke entree. Door de maat, schaal en ritme van de gebouwen wordt dit ondersteund en uitgesproken. Het gebied Trivium sluit aan op de kop van de Parklaan, De gebouwen zijn grootschalig en utilitair. Ze vormen een cluster rondom een centrale openbare ruimte waarop de gebouwen worden ontsloten. Het parkeren vindt deels onder de gebouwen plaats. Aan de oostkant van het Trivium zet de bebouwing in hoogte laag aan en loopt op tot de ruim dertig meter hoge kantoortoren aan de oostelijke afslag van de rijksweg. Deze toren is door zijn positie en hoogte een duidelijk landmark. Aan de noordzijde van de Parklaan volgt een reeks van kantoorgebouwen de laan. De gebouwen zijn vrijstaand en hebben een eigentijdse en representatieve uitstraling. Het geheel heeft een sterke samenhang door uiterlijk, bouwstijl, tijdsbeeld, massa, maat en oriëntatie van de gebouwen. Aan de zuidkant heeft het gebied een groen, meer open en parkachtig karakter met daarin enkele losse woongebouwen. Het openbaar groen, de aanwezige waterpartijen en de natuurlijke manier waarop de randen overgaan in de woongebieden dragen sterk bij aan de eenheid en beeldkwaliteit van het gebied. De Parklaan eindigt aan de rotonde Rode Poort/Anna van Berchemlaan die het middelpunt is van de stedenbouwkundige poort naar het Centrum. Bebouwing in hoofdlijnen. De gebouwen hebben een massa die past bij de schaal van de Parklaan en het Trivium. Gebouwen zijn vanwege hun functie of locatie op zich zelf staand of zijn juist als tweelinggebouw ontworpen waardoor zij duidelijk familie zijn. In de voorkomende gevallen speelt de bebouwing goed in op de specifieke stedenbouwkundige locatie en de gebiedskenmerken. Doordat de gebouwen niet pal aan de weg staan en er ook onderlinge royale tussenruimte is wordt de schaal en openheid als een aangename kwaliteit ervaren. Geledingen in de massa zowel horizontaal als verticaal versterken dit verder. De inzet van architectonische middelen zoals een verbijzonderde bovenste bouwlaag geeft in meerdere gevallen een fraaie gebouwbeëindiging. Daarnaast komen ook diverse dakvormen als gebouwbeëindiging voor hetgeen een passende variatie en afwisseling geeft. Gebouwen op bijzondere plekken, (bijvoorbeeld op een hoek of in een zichtlijn), zijn vormgegeven als architectonisch accent. Massa, vorm en kleurgebruik zijn hier afwijkend. Detaillering, kleur en materiaal. In materiaal en kleurgebruik is er variatie die passend is bij de architectuur van het individuele gebouw. Materialen die overwegend worden toegepast zijn: baksteen in donkere en lichte kleuren, gevelstucwerk in lichte kleuren en expressieve gevelbeplating. De detaillering is met zorg maar niet overdadig. De reclamevoering is vooral terughoudend. Waardering. Waardevol is de open bebouwingsstructuur, waarbij de bebouwing is gesitueerd in een groene omgeving. De opeenvolging van representatief vormgegeven gebouwen, met enige onderlinge samenhang in architectonische stijl, levert een waardevol beeld. De inrichting van de (semi) openbare ruimte in combinatie met de ontsluiting van de gebouwen is met aandacht. Ook de terughoudendheid van de reclame op en rondom de gebouwen levert een positieve bijdrage. Welstandsniveau: hoog. Welstandscriteria 9– Representatief gebied. Bebouwing en omgeving. Het gebouw is een architectonische eenheid. Het gebouw speelt qua positionering en richting in op de specifieke locatie. Binnen een samenhangend cluster zijn de individuele hoofdgebouwen op elkaar afgestemd. De architectuur van het gebouw is duurzaam en afgestemd op het karakter van de omgeving. Het gebouw en de aangrenzende (semi openbare) ruimte is in samenhang ontworpen. Speciale aandacht gaat uit naar de aansluiting van het gebouw (begane grond) op het maaiveld. Bij hoogbouw (4 bouwlagen of meer) is aandacht voor de beleving op grotere afstand van het gebouw. Massa en vorm. Het gebouw heeft een originele en eigentijdse architectonische vormgeving. De functies van het gebouw komen in de architectuur van het gebouw tot uiting. Eventuele aanbouwen en bijgebouwen zijn in samenhang met het hoofdgebouw ontworpen en hebben een gelijkwaardige uitstraling. Veranderingen of toevoegingen aan of bij een gebouw zijn in dezelfde architectuur als de architectuur van het hoofdgebouw. Het gebouw heeft aan de bovenkant een duidelijke architectonische beëindiging. Het gebruik van een zadelkap, schildkap of een piramidedak is niet toegestaan. Technische installaties (of opbouwen daarvoor) die op het dak worden gepositioneerd zijn, zijn als onderdeel van het totale ontwerp vorm gegeven. Afwijkende bebouwing is mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur. Detaillering, kleur en materiaal. De detaillering is helder, logisch en ondersteunend aan het gekozen concept. Er is ontwerpaandacht voor alle details. Accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies is gewenst. Entreepartijen hebben bijzondere ontwerpaandacht. De detaillering en het kleur– en materiaalgebruik ondersteunt de zelfstandige uitstraling van het gebouw. De gebruikte materialen en kleuren dragen bij aan een hoogwaardige, representatieve en duurzame architectonische uitstraling. Felle kleuren aan de gevels zijn niet toegestaan. Afwijkingen ten aanzien van detaillering, kleur en materiaal zijn mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.

Rechtspraak bij dit artikel