Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.13

12– Instituten.

Onderdeel van Welstandsnota 2010 gemeente Etten–Leur

Gebied in hoofdlijnen. Aan het einde van de Bisschopsmolenstraat bevindt zich het kloostercomplex het Withof en aan het van Bergenplein bevindt zich het Hooghuys. (GGZ) Beide complexen worden als instituut gekenmerkt. Het Withofcomplex wordt bepaald door de monumentale bebouwing en daaromheen de parkachtige omgeving met veel groen en monumentale bomen. Naast de monumentale gebouwen komen nog andere gebouwen voor met verschillende functies. Dat het een opzichzelfstaand complex betreft is in sfeer duidelijk voelbaar. Het GGZ complex heeft een monumentaal hoofdgebouw aan de straat dat als ware de poort vormt naar het binnengebied. Ook dit gebied is royaal van opzet met veel groen. De openbaarheid is groter door de aanwezige hoofdstructuur en bebouwing. De historische waarde van beide complexen is groot. Bebouwing in hoofdlijnen. Beide complexen bestaan uit meerdere gebouwen verschillend van grootte en vaak ook verschillend van architectuur. Een deel van de bebouwing heeft een grote massa. In vergelijking met bebouwing elders in de gemeente Etten–Leur is de korrelgrootte opvallend. De plattegronden van de hoofdgebouwen hebben een grote oppervlakte, wat mede voorkomt uit de functie. Daarnaast komen op de terreinen meerdere kleine gebouwen voor. De bebouwing is al dan niet geschakeld met een onderscheid tussen hoofd– en bijgebouwen. Vaak is het gebouw in latere perioden in een andere stijl uitgebreid. Kapvormen en situering van bijgebouwen variëren. De dynamiek en de historie van beide instituten is aan de gebouwen afleesbaar. Detaillering, kleur en materiaal. Het materiaal– en kleurgebruik verschilt per gebouw en hangt samen met de bouwperiode en de gehuisveste functie. Hetzelfde geldt voor de mate van detaillering. Voor uitbreidingen wordt soms gebruik gemaakt van moderne materialen en felle kleuren. Het kleur– en materiaalgebruik past veelal bij de architectuur van het individuele gebouw. Waardering. De losse bebouwingsstructuur en vooral de groene setting zijn waardevol. Het (open) groen aan de randen van de instituten is waardevol voor de directe omgeving. De bebouwing die zichtbaar is vanaf de openbare weg zorgt voor waardevolle herkenningspunten binnen de gemeente. De monumentale gebouwen die bij beide instituten voorkomen hebben een hoge monumentale en cultuurhistorische waarde. Vooral bij het Withof is sprake van een bijzonder monumentaal bebouwingsensemble. Waardevol is verder de samenhang tussen de verschillende gebouwen onderling, die mede tot stand wordt gebracht door de tussenliggende openbare ruimte. Welstandsniveau: hoog. Welstandscriteria 12– Instituten. Bebouwing en omgeving. De plaats van het gebouw op de kavel is gerelateerd aan de bestaande bebouwings– structuur van het complex. Er is veel aandacht voor de directe omgeving van het gebouw en de wijze waarop het gebouw op de grond staat. Er is een sterke voelbare samenhang tussen de gebouwen waardoor het gebied als complex ervaren blijft. Bebouwing in de invloedsfeer van monumenten is in architectuur ingetogen en terughoudend. De waarde van het monument wordt niet aangetast. Massa en vorm. De bebouwing kan zowel enkelvoudig als samengesteld zijn. Aanbouwen zijn in architectuur verwant aan de architectuur van het hoofdgebouw. Er is een duidelijk onderscheid tussen hoofd– en aanbouwen. Gebouwen die een directe relatie hebben met de historische bebouwing zijn afgedekt met een kap. De relatieve omvang van de gebouwen is middelgroot tot groot. Bij (vervangende) nieuwbouw binnen de invloedsfeer van de bestaande gebouwen moet er een duidelijke samenhang afleesbaar zijn. Gevels hebben een sterke expressie en plasticiteit De gevelgeleding is gevarieerd, meest verticaal. De bouwperiode van de gebouwen binnen het complex mag afleesbaar zijn. Afwijkende bebouwing is mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur. Detaillering, kleur en materiaal. De detaillering is helder, logisch en ondersteunend aan het gekozen concept. Het ……materiaalgebruik is traditioneel (baksteen, natuursteen, keramiek, hout). Accenten in de vorm van stucwerk of schilderwerk zijn toegestaan.. De kleur van de gevels kan gevarieerd zijn maar is per eenheid eenduidig, rood–bruin metselwerk voert de boventoon. Hellende daken zijn gedekt met keramische pannen. Kunststoffen en plaatmaterialen mogen slechts in beperkte mate in de gevels worden toegepast. Afwijkingen ten aanzien van detaillering, kleur en materiaal zijn mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.

Rechtspraak bij dit artikel