Gebied in hoofdlijnen.
De gebouwen binnen dit thema staan vaak op bijzondere plekken in een kern of wijk. Zij hebben een individueel karakter. Door de ligging en het individuele karakter zijn de gebouwen goed herkenbaar en belangrijk voor de oriëntatie. De bebouwing en de directe omgeving zijn vaak als geheel ontworpen, waarbij de open ruimte en het gebouw elkaar ruimtelijk en functioneel aanvullen. Het gebouw is georiënteerd op de openbare ruimte.
Voorbeelden van deze gebouwen zijn scholen, wijkgebouwen, woongebouwen en andere utiliteitsgebouwen. Gebouwen die onderdeel zijn van het straatbeeld en zich in verschijningsvorm niet of nauwelijks onderscheiden van de woningen in de omgeving behoren niet tot dit thema. (deze vallen onder de desbetreffende deelgebieden)
De architectuurstijl van de op zichzelf staande bebouwing is verschillend, afhankelijk van de bouwperiode en van de functie die wordt gehuisvest. De gebouwen zijn individueel en vrijstaand.
Bebouwing in hoofdlijnen.
Veelal gaat het om grootschalige bebouwing. De bebouwing kan individueel zijn maar ook bestaan uit meerdere geschakelde gebouwen waarbij hoofd– en aanbouwen duidelijk onderscheiden kunnen worden. Vaak is het gebouw in latere perioden uitgebreid. Indien sprake is van een complex van gebouwen is het complex als eenheid herkenbaar. De vorm verschilt sterk per gebouw of complex.
Detaillering, kleur en materiaal.
De mate van detaillering verschilt per gebouw of complex en is afhankelijk van de bouwperiode en de gehuisveste functie. Hetzelfde geldt voor het materiaal– en kleurgebruik. Voor uitbreidingen wordt in sommige gevallen gebruik gemaakt van moderne materialen en kleur. Het kleur– en materiaalgebruik past veelal bij de architectuur van het individuele gebouw of complex.
Waardering.
De op zich zelf staande bebouwing drukt een duidelijke stempel op het ruimtelijk beeld van de omgeving bv. vanuit historisch oogpunt, als herkenningspunt of als groene ruimte. In de keuze voor het architectonische beeld is vrijheid gegeven. Het gebouw/complex als geheel vormt echter wel een herkenbare eenheid. Belangrijk zijn verder de relatie van de bebouwing met de (openbare) ruimte en de samenhang van ingrepen met de oorspronkelijke architectuur. Waardevol is dan ook de herkenbaarheid van de gebouwen, de losse bebouwingsstructuur en de relatie met de omliggende (groene) ruimten rond de bebouwing. Dit geldt eveneens voor de eenheid per gebouw in materiaalgebruik, kleurgebruik en detaillering.
Welstandsniveau: regulier.
Welstandscriteria 13– Op zichzelf staande bebouwing.
Bebouwing en omgeving.
Het gebouw is met de voorzijde georiënteerd op het openbaar gebied.
Het gebouw voegt zich door zijn hoofdopzet en positionering in de omgeving.
Het gebouw heeft een individuele uitstraling.
Indien het gebouw is gelegen in zichtlijnen of bij aansluitingen van wegen speelt het middels accenten in op deze situatie.
Er is ontwerp–aandacht voor de aansluiting van het gebouw op de grond.
Massa en vorm.
Het gebouw is een individuele bouwkundige eenheid en staat op zichzelf.
Er is eenheid in vorm bij de hoofdmassa en eventuele aanbouwen.
Het gebouw heeft een heldere en eigentijdse architectonische vormgeving.
De vorm is gevarieerd maar de hoofdopzet van het gebouw is eenvoudig.
Technische installaties op de bovenste bouwlaag zijn geïntegreerd in het ontwerp.
Toevoegingen aan bestaande gebouwen zijn in architectuur afgestemd op de architectuur van het desbetreffende gebouw.
Afwijkende bebouwing is mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.
Detaillering, kleur en materiaal.
De detaillering is helder, logisch en ondersteunend aan het concept.
Er is eenheid in kleur en materiaal per individueel pand.
Het belangrijkste materiaal van het gebouw is baksteen.
Het kleurgebruik is ingetogen (geen felle kleuren).
Wijzigingen en toevoegingen aan het gebouw zijn in hoofdlijnen in overeenstemming met de detaillering, kleur en materiaal van het bestaande gebouw.
Afwijkingen ten aanzien van detaillering, kleur en materiaal zijn mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.14
13– Op zichzelf staande bebouwing.
Onderdeel van Welstandsnota 2010 gemeente Etten–Leur