Gebied in hoofdlijnen.
Het buitengebied van Etten–Leur is op te delen naar de karakteristiek van het landschap. Centraal op het grondgebied van de gemeente ligt de bebouwde kern. Ten zuiden daarvan zijn de zandgronden gelegen. Dit is een kleinschalig landschap dat wordt bepaald door afwisseling in openheid, kleine en grotere boscomplexen, houtwallen en opgaand groen. De ontginning uit zich in de kleinschaligheid en versnippering.
Rondom de bebouwde kern is een overgangsgebied, halfopen met bebouwingslinten waarbij de bebouwing beeldbepalend is. Ook is er een sterke dynamiek. De structuur van het landschap en de bebouwingslinten zijn ontstaan uit de beekdalen die het gebied van zuid naar noord doorkruisen.
Direct ten noorden van de kern begint de overgang van zand– naar kleigrond. Het overgangsgebied gaat over naar een meer open en grootschalig landschap. Het landschap wordt doorsneden met rechte, deels doodlopende, wegen hetgeen essentieel onderdeel is van de karakteristiek. Bomenrijen markeren de lijnen in het landschap. Het open polderlandschap heeft weinig bebouwing. De verspreid liggende boerderijcomplexen en de moderne windmolens in het uiterste noorden van het gemeentelijk grondgebied zijn het meest opvallend.
Bebouwing in hoofdlijnen.
De meest nadrukkelijk aanwezige bebouwing in het buitengebied zijn de agrarische bedrijven. Zij bestaan uit gebouwencomplexen meestal rond een vrijstaande woning of hoofdgebouw. De woning vormt het gezicht naar de weg. De gebouwen op het traditionele boerenerf hebben niet alleen een sterke functionele samenhang maar ook een samenhang in hoofdvorm. Kappen zijn bepalend in het beeld.
Intensieve bedrijfsvoeringen zoals kassencomplexen, veehouderijen en tuinbouwbedrijven zijn in hun bedrijfsbebouwing erg specifiek. Door het oppervlak, bouwhoogte, ondersteunende gebouwen en installaties voegen deze complexen zich moeizaam in het landschap. Met een landschappelijke inpassing wordt in voorkomende gevallen een coulisselandschap bereikt. Echter de ondersteunende voorzieningen concentreren zich vaak direct aan de zijde van de openbare weg. Dit leidt in meerdere gevallen tot een beeld waarbij het landelijke beeld is vervangen door een industrieel beeld.
De voorkomende niet agrarische bedrijfsbebouwing sluit door de toegepaste hoofdvorm, uitstraling en omringend groen aan op de landelijke omgeving.
De burgerwoningen en de bedrijfswoningen die in het buitengebied voorkomen hebben overwegend een eenvoudige vorm, een tot anderhalve bouwlaag op een rechthoekige plattegrond en afgedekt met een zadelkap. Ook komen schilddaken en de mansardekap voor. De oriëntatie van de kap varieert. Regelmatig wordt een wolfseind toegepast.
Bijgebouwen zijn meestal vrijstaand en geplaatst op de achtergrond. De schaal van de bebouwing wordt bepaald door de massa van de vrijstaande woning met de aanbouwen en de bijgebouwen. Dakkapellen op woningen komen in verschillende vormen voor.
Een bijzondere groep bebouwing die nog verspreid in het buitengebied voorkomt is de authentieke traditionele boerderij. Een bouwvorm waarbij het woonhuis en de stal onder een kap is. Deze bouwtraditie eindigt omstreeks het einde van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Door de schaalvergroting werden de bedrijfsgebouwen en de woning vrijstaand van elkaar op het erf geplaatst.
Kenmerkend voor deze traditionele boerderij is de afleesbaarheid in de gevels hoe het gebouw is ingedeeld. Het woonhuis met de karakteristieke gevelindeling en raamverhoudingen, het stalgedeelte met de kleine ramen en grote deuren. Op de scheiding van de gebouwfuncties staat de schoorsteen. Ook de topgevel van het woonhuis wordt beëindigd met een schoorsteen. In veel gevallen is de topgevel van het woonhuis geplaatst naar de straat.
Detaillering kleur en materiaal
Het kleur– en materiaalgebruik is over het algemeen traditioneel: gevelstenen in aardetinten soms zandsteen gekleurd, kozijnen in verschillende tinten wit, rode en donkergrijze dakpannen. Indien andere kleuren en materialen gebruikt zijn, passen die bij de architectuur van de individuele woning. De toegepaste detaillering past ook bij de architectuur van de individuele woning en is overwegend sober en functioneel. Details zijn vaak uitgevoerd in hout. Bedrijfsgebouwen zijn in steen, plaatmateriaal of combinaties daarvan. De daken zijn gedekt met golfplaten. De kleurstelling is over het algemeen gedekt.
Bij de authentieke traditionele boerderij is het materiaal en kleurgebruik streekeigen. Natuurlijke materialen zoals baksteen in rode kleur, hout in zwarte kleur, witte houten kozijnen, groene deuren en luiken en voor het dak gebakken pannen, riet of combinaties daarvan zijn toegepast. De detaillering is sober en karakteristiek.
Waardering.
De openheid van het noordelijke poldergebied met de beperkte hoeveelheid bebouwing is een belangrijke kwaliteit van dit gebied. Het landschapsbeeld wordt bepaald door de openheid en in veel mindere mate door de aanwezige bebouwing. De bebouwing wordt grotendeels aan het zicht onttrokken door erfbeplanting. Waardevol is de overwegend eenvoudige vorm van de bebouwing, het gebruik van natuurlijke materialen en gedekte kleuren en het behoudend omgaan met detaillering. De bebouwing is hierdoor passend in het landschappelijke beeld.
In het centrale gebied zijn de beekdalen bepalend voor de landschappelijke waarde. Bijzonder is het verschil tussen de bebouwingslinten en de overige straten. Vooral in de linten is een rijke variatie aan functies en architectonische verschijningsvorm van de panden aanwezig. De afwisseling tussen open en meer besloten stukken is waardevol.
Het zuidelijke gebied is vooral afwisselend met openheid, opgaand groen en bebouwingsclusters. De bebouwing past door de eenvoudige vorm, het gebruik van natuurlijke materialen en kleuren in het landelijke beeld.
In die gevallen waarbij duidelijk minder aandacht is besteed aan de landelijke uitstraling van de gebouwen doet dit afbreuk aan het karakter van het buitengebied.
De authentieke traditionele boerderij is waardevol en laat iets zien van de geschiedenis van het leven op het platteland. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het van belang dat ze zo oorspronkelijk mogelijk wordt behouden.
Welstandsniveau: regulier.
Welstandscriteria 14– Agrarisch buitengebied.
Bebouwing en omgeving.
Waardevolle kenmerken van het agrarisch buitengebied dienen behouden te blijven.
(Vervangende) nieuwbouw dient aan te sluiten bij het bestaande verkavelings– en bebouwingspatroon.
Hoofdgebouwen met eventuele aanbouwen dienen een compacte opzet te hebben.
Bebouwing voegt zich naar de omgeving en is niet dominant aanwezig.
In geval van een woning met bedrijfsgebouwen staat de woning aan de openbare weg en is de bedrijfsbebouwing op de achtergrond aanwezig.
Silo’s en installaties moeten zodanig worden geplaatst dat deze vanaf de openbare weg nauwelijks zichtbaar zijn en opgenomen worden tussen de bebouwing op het erf.
Massa en vorm.
Eenduidige en eenvoudige massavormen zijn uitgangspunt.
De woning is afgedekt met een traditionele kap. De toepassing van wolfseinden is toegstaan.
De omvang van de kap van een woning moet in een goede verhouding staan tot de onderliggende bouwmassa.
Bedrijfsgebouwen moeten passen in de landelijke omgeving en moeten worden afgedekt met een zadelkap. De kap is in het totaalbeeld bepalend.
Bouwmassa’s langer dan 60 meter moeten worden geleed.
Veranderingen, toevoegingen aan gebouwen zijn in architectuur verwant aan de architectuur van het bestaande gebouw.
Authentieke traditionele boerderijen moeten de bestaande karakteristieke kenmerken behouden.
Dakkapellen op authentieke traditionele boerderijen zijn alleen op het woonhuisdeel toegestaan en in een bescheiden breedtemaat.
Afwijkende bebouwing is mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.
Detaillering, kleur en materiaal.
Gebouwen moeten zich in detaillering, materiaalgebruik en kleurgebruik voegen in de landelijke omgeving. Dit betekent een functionele en ingetogen vormgeving en het gebruik van traditionele materialen (steen, hout, natuursteen, keramiek, riet, stucwerk, etc.) en in gedekte kleuren.
Woningen zijn in baksteen uitgevoerd.
Daken van woningen zijn gedekt met pannen of riet.
Daken van bijgebouwen of bedrijfsgebouwen zijn gedekt met pannen, riet, cementgolf– platen, stalen beplating die in profilering lijkt op golfplaten.
Er is eenheid in detaillering, kleur en materiaal per individueel pand.
De detaillering bij alle bebouwing is sober.
Authentieke traditionele boerderijen moeten de bestaande karakteristieke kenmerken ten aanzien van detaillering, kleur en materiaal behouden.
Het ommetselen van een authentieke traditionele boerderij is niet toegestaan.
Afwijkingen ten aanzien van detaillering, kleur en materiaal zijn mogelijk mits met respect voor de oorspronkelijke kwaliteit van de omgeving en architectuur.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.15
14– Agrarisch buitengebied.
Onderdeel van Welstandsnota 2010 gemeente Etten–Leur