Een vervoersvoorziening is een voorziening ter compensatie van beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen in de directe woon- en leefomgeving. De inwoner moet 1500 tot 2000 kilometer per jaar kunnen afleggen. Daarbij mag men rekening houden met de combinatie van de beschikbare voorzieningen, zoals een rolstoel, een scootmobiel of collectief vervoer.
Criteria
De inwoner komt in aanmerking voor een vervoersvoorziening, als hij het openbaar vervoer niet kan bereiken of gebruiken. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft het criterium ‘bereiken van het openbaar vervoer’ geoperationaliseerd met het loopafstandscriterium ‘maximale’ loopafstand van 800 meter. Als de inwoner 800 meter zelfstandig (al dan niet met hulpmiddelen) en in een redelijk tempo kan lopen, wordt verwacht dat de inwoner het openbaar vervoer kan bereiken. Als de inwoner het openbaar vervoer kan bereiken, maar niet in staat is het openbaar vervoer te gebruiken (bijvoorbeeld omdat de inwoner niet in het openbaar vervoer kan komen), dan kan er aanleiding zijn wel een vervoersvoorziening te treffen.
Er vindt altijd een individuele beoordeling plaats, waarbij wordt gekeken naar de vervoersbehoefte, de daadwerkelijke afstand tot de bushalte, enzovoorts.
Bij alle vervoersvoorzieningen gelden een aantal algemene uitgangspunten:
Gebruik van algemeen gebruikelijke voorzieningen is door een beperking niet mogelijk.
Bij een individuele ondersteuning op maat, zoals een driewielfiets of scootmobiel, moet er voldoende verkeersinzicht zijn om veilig aan het verkeer te kunnen deelnemen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Vervoer op maat
Onderdeel van Nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning Meierijstad 2023