Bij personen met een loopafstand van minder dan 100 meter beoordeelt het college of zij naast een voorziening als collectief vervoer ook nog een voorziening moet verstrekken voor de zeer korte afstand. Ook bij personen met een loopafstand van meer dan 100 meter, maar minder dan 800 meter, beoordeelt het college of een voorziening voor de zeer korte afstand noodzakelijk is.
Om voor een scootmobiel in aanmerking te komen, moet er sprake zijn van een loopbeperking van langdurige aard. De cliënt kan hierbij – met de gebruikelijke loophulpmiddelen – niet zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet overbruggen. Om een scootmobiel te kunnen rijden, is het van belang dat de gebruiker voldoende arm-/handfunctie en rompbalans heeft, zodat de gebruiker de scootmobiel kan bedienen en het stuur kan gebruiken. Verder moet cliënt veilig en zelfstandig aan het verkeer kunnen deelnemen met zijn scootmobiel.
Voor een elektrische rolstoel geldt dat de cliënt voor de meeste dagelijkse verplaatsingen afhankelijk is van een hulpmiddel.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4
Aanvullende vervoersvoorziening
Onderdeel van Nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning Meierijstad 2023