Naar hoofdinhoud
1. Elke subsidieontvanger dient binnen vier weken na afloop van ieder kwartaal een rapportage in met daarin gegevens die nodig zijn voor: a. het controleren van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten; b. het bepalen van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten in relatie tot het voorschot, bedoeld in artikel 10, eerste lid; c. de uiteindelijke vaststelling van de subsidie na afloop van het subsidiejaar. 2. De gegevens bedoeld in artikel 12, lid 1 worden door de subsidieontvanger aangeleverd via het monitorsysteem bedoeld in artikel 5, lid 3

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel