1. De subsidieontvanger levert op uiterlijk 1 april van het jaar volgend op het jaar waarover subsidie is verleend, een verzoek in tot subsidievaststelling. Hierbij dient de subsidieontvanger tevens een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant, te overleggen. Bij het vaststellingsverzoek wordt minimaal opgenomen:
a. het aantal kinderen per maand inclusief contractueel afgenomen uren zonder een VVE-indicatie, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag;
b. het aantal kinderen per maand inclusief contractueel afgenomen uren met een VVE-indicatie, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag;
c. een evaluatie van het werkplan VVE zoals ingediend bij de aanvraag.
2. Het college kan bij de subsidieontvanger nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde voorwaarden te controleren. Daartoe is de subsidieontvanger verplicht het college desgewenst inzage te geven in diens administratie betreffende onder meer:
a. inkomensverklaringen of andere bewijzen van de hoogte van het gezinsinkomen;
b. verklaringen geen recht op kinderopvangtoeslag van ouders;
c. plaatsingsovereenkomst peuter waaruit aantal uren, soort peuterplek, ouderbijdrage en start- en (verwachte) einddatum blijken;
d. VVE-indicaties, afgegeven door de GGD, voor plaatsingen van peuters met een VVE-indicatie.
Artikel 12.
verantwoording en vaststelling
Onderdeel van Regeling subsidie Voorschoolse educatie gemeente Leeuwarden 2022