Omliggende gemeenten
Bij het opstellen van dit beleid is ook gekeken naar het handhavingsbeleid dat door de burgemeesters van de aangrenzende gemeenten wordt gevoerd (Halderberge, Moerdijk, Rucphen, Breda en Zundert). Hieruit komt naar voren dat de burgemeesters van deze gemeenten vanaf 2021 allemaal hun handhavingsbeleid hebben aangepast dat op sommige punten strenger is dan het beleid dat tot aan de inwerkingtreding van deze beleidsregel in Etten-Leur van kracht was. Om te voorkomen dat Etten-Leur in de regio een aantrekkelijkere gemeente wordt voor drugshandel (of een aanzuigende werking heeft om drugscriminelen) is er voor gekozen om het handhavingsbeleid van de burgemeester van Etten-Leur zo veel mogelijk in overeenstemming te brengen met het beleid dat nu in de direct aangrenzende gemeenten wordt gevoerd. Daarmee wordt dus getracht een waterbedeffect voorkomen.
Bevoegdheid
De handhaving van de Opiumwet verloopt sinds de inwerkingtreding van de Wet Damocles (artikel 13b Opiumwet) via het strafrecht en het bestuursrecht. Op basis van artikel 13b Opiumwet heeft de burgemeester rechtstreeks de bevoegdheid gekregen om bestuursdwang toe te passen indien in woningen of lokalen dan wel in of bij zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I en II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Bij de aanwezigheid van een hoeveelheid drugs in een pand die groter is dan een hoeveelheid voor eigen gebruik, is in beginsel aannemelijk dat die drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking, indien het tegendeel niet aannemelijk wordt gemaakt. Ook panden waarin geen handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen, maar waarvan het aannemelijk is dat deze gebruikt worden ten behoeve van de productie en/of handel in drugs, kunnen worden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Sinds 1 januari 2019 is artikel 13b Opiumwet namelijk verruimd met het voorhanden hebben van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a Opiumwet.
Tekst artikel 13b Opiumwet (geldend vanaf 1 juli 2021):
De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:
een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.
De bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet is in beginsel gericht op het pand en is niet gericht tegen de exploitant c.q. eigenaar. Het betreft namelijk geen punitieve sanctie maar een herstelmaatregel. De bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet strekt er toe de geconstateerde overtreding van de Opiumwet in het lokaal te beëindigen en te voorkomen. Bestuursdwang op grond van lid 1 van artikel 13b Opiumwet is in de praktijk een sluiting van het lokaal of woning.
Het is bij de vraag of in of vanuit een pand drugs worden verhandeld niet nodig dat daadwerkelijk drugshandel of drugsverkoop in een pand wordt geconstateerd. Ingevolge vaste jurisprudentie is met de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs (zowel soft als harddrugs) in een pand de sluitingsbevoegdheid gegeven, echter: uit vaste jurisprudentie volgt dat er daarna nog een belangenafweging dient plaats te vinden.2 ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912. Uit de zinsnede "daartoe aanwezig is" in artikel 13b, eerste lid, onder a, Opiumwet, volgt dat de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid ten behoeve van de verkoop, aflevering of verstrekking de bevoegdheid verschaft voor de burgemeester tot sluiting van een pand.
In het kader van deze beleidsregels is in elk geval sprake van een handelshoeveelheid als voldoende aannemelijk is dat er:
meer dan één eenheid, bijvoorbeeld 0,5 gram harddrugs en/of meer dan 5 milliliter vloeistof harddrugs en/of meer dan 1 pil/tablet in het pand aanwezig is, zoals genoemd in lijst I van de Opiumwet; en/of
meer dan 5 gram softdrugs en/of bij meer dan 5 hennepplanten in het pand aanwezig is, zoals genoemd in lijst II van de Opiumwet; en/of
in het pand sprake is van beroeps-/of bedrijfsmatige hennepteelt, als bedoeld in de meest recente Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie; en/of
lachgas in een pand aanwezig is, dat niet overeenkomstig de omstandigheden en criteria uit de Nota van Toelichting behorende bij het (ontwerp-)Besluit tot wijziging van lijst II van de Opiumwet in dat pand aanwezig is, en/of wordt verwerkt en/of vanuit dat pand wordt verkocht. 3 Besluit van ... houdende wijziging van het Opiumwetbesluit en lijst II, behorende bij de Opiumwet, in verband met plaatsing van distikstofmonoxide (lachgas) op deze lijst, te vinden op: https://open.overheid.nl/repository/ronl-79007928-8729-472e-bb89-fa752e91f362/1/pdf/concept-nota-van-toelichting.pdf [geraadpleegd 22 november 2022].
Artikel 3.
Juridisch kader
Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet gemeente Etten-Leur 2022