Om de doelen van dit beleid zo veel mogelijk te bereiken is strikte handhaving van deze beleidsregel gewenst en noodzakelijk.
Bij het toepassen van bestuursrechtelijke herstelsancties kan de burgemeester kiezen tussen een last onder dwangsom en een last onder bestuursdwang. Het opleggen van een last onder dwangsom is in beginsel geen geschikt middel. De doelen die met een sluiting zijn gediend, zoals een einde te maken aan de met de Opiumwet strijdige situatie en het herstellen van de openbare orde, worden met een last onder dwangsom onvoldoende bereikt. Gelet op het financiële gewin dat beoogd wordt met drugshandel, is het aannemelijk dat indien een last onder dwangsom zou worden opgelegd een financiële afweging wordt gemaakt en de overtreding van de Opiumwet niet wordt beëindigd dan wel beëindigd wordt gehouden. Met een last onder dwangsom wordt bovendien de onveilige situatie (zoals brandgevaar, ripdeals, overlast) ten aanzien van de omgeving niet opgeheven. Om die reden is dus gekozen voor het toepassen van bestuursdwang.
Met het feitelijk sluiten van een pand wordt een zichtbaar signaal afgegeven dat drugscriminaliteit niet wordt getolereerd en daartegen wordt opgetreden. De sluiting van het pand wordt zichtbaar aan het pand kenbaar gemaakt. De zichtbaarheid bevordert dat de loop naar het pand wordt doorbroken en dat de openbare orde en de veiligheid in de omgeving van het pand wordt hersteld.
Sluitingsduur lokalen (en daarbij bijbehorende erven):
Harddrugs
Indien zich een situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 13b lid 1 onder a en/of b Opiumwet, dan treft de burgemeester de volgende maatregelen:
1e overtreding
handelshoeveelheid
sluiting voor 12 maanden
voorbereidingshandelingen
sluiting voor 6 maanden
2e overtreding
handelshoeveelheid
sluiting voor 24 maanden
voorbereidingshandelingen
sluiting voor 12 maanden
3e overtreding
handelshoeveelheid
sluiting voor 48 maanden
voorbereidingshandelingen
sluiting voor 24 maanden
Softdrugs
1e overtreding
handelshoeveelheid
sluiting voor 3 maanden
voorbereidingshandelingen
sluiting voor 2 maanden
2e overtreding
handelshoeveelheid
sluiting voor 6 maanden
voorbereidingshandelingen
sluiting voor 3 maanden
3e overtreding
handelshoeveelheid
sluiting voor 12 maanden
voorbereidingshandelingen
sluiting voor 6 maanden
Sluitingsduur woningen (en daarbij behorende erven):
Harddrugs
Indien zich een situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 13b lid 1 onder a en/of b Opiumwet, dan treft de burgemeester de volgende maatregelen:
1e overtreding
handelshoeveelheid
sluiting voor 3 maanden
voorbereidingshandelingen
sluiting voor 2 maanden
2e overtreding
handelshoeveelheid
sluiting voor 6 maanden
voorbereidingshandelingen
sluiting voor 3 maanden
3e overtreding
handelshoeveelheid
sluiting voor 12 maanden
voorbereidingshandelingen
sluiting voor 6 maanden
Softdrugs
1e overtreding
handelshoeveelheid
sluiting voor 2 maanden
voorbereidingshandelingen
sluiting voor 1 maand
2e overtreding
handelshoeveelheid
sluiting voor 4 maanden
voorbereidingshandelingen
sluiting voor 2 maanden
3e overtreding
handelshoeveelheid
sluiting voor 8 maanden
voorbereidingshandelingen
sluiting voor 4 maanden
Recidive
Een vervolgstap in de matrix wordt genomen indien de overtreding plaatsvindt binnen vijf jaar na de datum van waarop het besluit voor een eerdere overtreding is genomen. Daarbij is het niet nodig dat de herhaling van de overtreding door dezelfde persoon of personen wordt gepleegd. Hiermee wordt voorkomen dat zich steeds een nieuwe persoon in het betreffende gebouw vestigt en daarmee de beleidsuitgangspunten van deze beleidsregel worden omzeild.
Ernstig geval
Bij de afweging van de belangen van gebruikers/bewoners en eigenaren tegenover de ernst van de situatie, zijn de in hoofdstuk 5 genoemde indicatoren van belang. Bij de aanwezigheid van drie of meer indicatoren is in ieder geval sprake van een ernstig geval met een afwijkende minimale sluitingsduur. In dat geval wordt een sluiting overwogen die past bij de opvolgende stap (bijv. 2e of 3e overtreding). Onder omstandigheden kan ook bij minder dan drie indicatoren al sprake zijn van een ernstig geval. Bijvoorbeeld indien er grote hoeveelheden harddrugs in een pand zijn aangetroffen of de veiligheid van omwonenden ernstig in geding is. In dat geval zal de burgemeester gemotiveerd aangeven waarom zij vindt dat er sprake is van een ernstig geval (en dus een langere sluitingsduur nodig is). De indicatoren zijn niet limitatief. Er kunnen dus ook andere feiten en omstandigheden zijn waardoor een zwaardere maatregel nodig is.
Cumulatie
Bij cumulatie van op te leggen maatregelen is de zwaarst gestelde maatregel van toepassing.
Evenredigheid beleidsregel
Uit het oogpunt van proportionaliteit en subsidiariteit is gekozen voor een getrapt optreden. De zwaarte van de sanctie sluit aan op de ernst van de overtreding. De duur van de sluiting is in eerste plaats afhankelijk van het soort overtreding. De sluitingsduur is in het geval van harddrugs langer dan de sluitingsduur in het geval van softdrugs. Dit hangt samen met het beleidsmatig en strafrechtelijk onderscheid tussen soft- en harddrugs en de onaanvaardbare risico’s van harddrugs. Ook is de sluitingsduur langer indien al eerder een sanctie is opgelegd op basis van artikel 13b Opiumwet.
Daarnaast is de sluitingsduur afhankelijk van de vraag of de maatregel betrekking heeft op een woning of op een lokaal. De sluiting van een woning grijpt zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van een lokaal. Hier is rekening mee gehouden in de handhavingsmatrix.
Erkend wordt dat de uitoefening van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet ingrijpende (financiële) gevolgen heeft voor zowel de gebruikers/huurders als de eigenaren van woningen en/of lokalen. Er is echter door de gebruikers/huurders en mogelijk tevens door de eigenaren ook financieel voordeel behaald uit de handel in drugs. De (oplopende) zwaarte van de maatregelen wordt gerechtvaardigd, omdat handel in drugs verboden is bij wet en het beleid van de gemeente breed bekend is gemaakt. Het beleid is er bovendien op gericht zowel de herhaling van handel in drugs op bepaalde locaties alsmede de vestiging van nieuwe verkooppunten op dezelfde of andere locaties te voorkomen. Tot slot is bij de vaststelling van de verschillende sluitingstermijnen uitgegaan van de tijd die verwacht wordt nodig te zijn om de bekendheid van een locatie als drugsadres teniet te doen of te voorkomen, de rust in de directe omgeving te doen wederkeren of te behouden en (herhaling van) ernstige verstoring van de openbare orde te voorkomen. Ook moet een (verdere) aantasting van het woon- en leefklimaat voorkomen worden.
Woningen
Voor woningen geldt dat deze niet altijd feitelijk als woning worden gebruikt. Er is soms sprake van schijnbewoning of bedrijfsmatigheid. Om die reden wordt een woning die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor een bedrijfsmatig georganiseerde hennepkwekerij en/of andere aan de handel in drugs gerelateerde activiteiten aangemerkt als lokaal. Of een pand wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse. Het is bepalend of er feitelijk sprake is van wonen. In dat geval wordt het pand als zijnde een woning gesloten. De sluiting van een woning is niet in strijd met artikel 8 EVRM. De bevoegdheid van de burgemeester tot het gelasten van de sluiting van de woning is bij de wet voorzien. Indien de woning betrokken is bij de handel in drugs, is de burgemeester bevoegd om de sluiting van de woning te gelasten gedurende de noodzakelijk te achten termijn ter voorkoming van strafbare feiten en ter bescherming van de rechten van anderen.
Lokalen
Indien er geen sprake is van een ‘woning’, wordt het pand/de ruimte beschouwd als ‘lokaal’ in de zin van dit beleid. Dit is onder andere het geval als er sprake is van schijnbewoning. Ook vallen de voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten) in deze categorie.
Coffeeshop aan de Wilhelminalaan 16
Etten-Leur heeft momenteel één gedoogde coffeeshop waar, onder zeer strikte voorwaarden, softdrugs mogen worden verkocht. Binnen de grenzen van het landelijke cannabisbeleid zijn deze voorwaarden door de burgemeester beschreven in het coffeeshopbeleid.4 Coffeeshopbeleid gemeente Etten-Leur April 2012. Voor de gedoogde coffeeshop geldt een apart handhavingsregime dat is afgestemd op de gedoogcriteria. Als de gedoogstatus van de coffeeshop vervalt, dan wordt de coffeeshop beschouwt als een ‘gewoon’ lokaal. Vanaf dat moment valt de coffeeshop onder de reikwijdte van deze beleidsregel.
Voorbereidingshandelingen
In geval er sprake is van voorbereidingshandelingen hanteert de burgemeester een kortere sluitingstermijn. Dit heeft te maken met het feit dat er op dat moment (nog) geen verdovende middelen aanwezig zijn in het pand. Ook vindt er op dat moment nog geen drugshandel plaats. Het risico op openbare ordeverstoringen is daarmee kleiner. De betrokken personen (en de daarmee samenhangende risico’s) en attributen zijn echter al wel aanwezig. Ook het aansluiten en opzetten van bijvoorbeeld een drugslab dan wel een hennepkwekerij/drogerij brengt risico’s met zich mee. Vandaar dat wel gekozen wordt voor het opleggen van een maatregel. De openbare orde moet immers gehandhaafd blijven.
Panden waarin bijvoorbeeld growshops zijn gevestigd of tussenhandelaren/groothandels kunnen ook worden gesloten als zij de Opiumwet overtreden en zich schuldig maken aan voorbereidingshandelingen. Om bevoegd te zijn op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet is het niet nodig dat alle aangetroffen voorwerpen tegelijk geschikt zijn om een volledige beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepplantage op te zetten. Ook indien slechts een deel van de voorwerpen voorhanden is die nodig zijn om een beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepplantage op te zetten, kan de burgemeester bevoegd zijn, mits de voorhanden voorwerpen daartoe bestemd zijn. Verder is van belang dat voldoende aannemelijk is dat de aangetroffen stoffen en voorwerpen bestemd waren voor grootschalige en/of beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt en of de betrokkene(n) wist(en) of ernstige redenen had om te vermoeden dat die stoffen en voorwerpen daarvoor bestemd waren.
Lachgas
Lachgas kent een veel bredere toepassing dan alleen voor recreatief gebruik. De wenselijke toepassingen heeft het kabinet ontzien. Voor de medische en technische sector moeten fabrikanten en groothandelaren van lachgas een opiumontheffing aanvragen (artikel 6 en 8 Opiumwet). Producenten, verkopers en eindgebruikers van lachgas bestemd voor technische toepassing en het bereiden van eten worden van het Opiumwetverbod uitgezonderd (artikel 15a Opiumwet). In de eerder aangehaalde Nota van Toelichting inzake het (concept)besluit tot wijziging van lijst II van de Opiumwet is zeer gedetailleerd een groot aantal omstandigheden en criteria opgenomen die erop duiden dat het lachgas in die gevallen niet bestemd is voor deze legale doeleinden.5 https://open.overheid.nl/repository/ronl-79007928-8729-472e-bb89-fa752e91f362/1/pdf/concept-nota-van-toelichting.pdf [geraadpleegd 22 november 2022]. Voor de vraag of er sprake is van een handelsvoorraad dan wel de vraag of zich een situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 13b lid 1 onder a en/of b Opiumwet, wordt, voor zover mogelijk, bij die omstandigheden en criteria aangesloten. Uitsluitend de naleving van al deze voorschriften uit de Nota van Toelichting biedt volgens het kabinet zekerheid dat de handel in lachgas niet onder het verbod van de Opiumwet valt. Bij het vaststellen van dit beleid voert het kabinet nog met verschillende partijen overleg over wat de veranderingen per 1 januari 2023 voor hen betekent en hoe daarmee om te gaan. De burgemeester zal bij het gebruik maken van haar bevoegdheid ook rekening houden met de uitkomsten van die gesprekken, voor zover die nog hebben geleid tot aanpassing of verduidelijking van de regels of de omstandigheden en criteria uit de eerder genoemde Nota van Toelichting.
Voor particulieren geldt dat zij vanaf 1 januari 2023 nog veel minder ampullen lachgas op voorraad mogen hebben. Het kabinet heeft daaromtrent in de Nota van Toelichting het volgende gesteld: (...) Het normale gebruik van lachgasampullen onder thuiskoks en thuisbakkers is zeer beperkt. Daarom is bij particulieren het bezit van meer dan 10 ampullen een (sterke) aanwijzing dat het lachgas niet is bestemd als voedingsadditief als bedoeld in dit besluit, en derhalve van strafbaar handelen op basis van artikel 3 Ow. (...)
Artikel 4.
Handhavingsregime
Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet gemeente Etten-Leur 2022