Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

LAANBOOMTEELT

Onderdeel van Intergemeentelijke Strategische Visie laanboomcentrum Betuwe

Toekomst van de laanboomteelt en het laanboom-bedrijf van de toekomst In het plangebied zijn verschillende typen laanboomteeltbedrijven aanwezig met ieder hun eigen kenmerken en typering. Om goed inzicht te krijgen in de sector, is gestart met het actualiseren van kaartbeeld van de bestaande boomteeltbedrijven op basis van de meest recent beschikbare luchtfoto’s. Op de visiekaart boomteelt zijn de bestaande bedrijven weergegeven als drager voor het uitrollen van de gewenste ontwikkelingen. In het algemeen is het daarmee lastig om te bepalen wat het laanboomteeltbedrijf van de toekomst is. Een eenduidige typering en karakterisering van het toekomstbedrijf is door de diversiteit dus niet te bepalen. Wel kan worden aangegeven dat de mechanisatie, digitalisering en robotisering binnen de bedrijven in de toekomst veel aandacht zullen krijgen. Tevens zal sprake zijn van innovatieve ontwikkelingen zoals gotenteelt, automatische diktemeting, kronensnoeier, hoogwerkers met sensoren etc.. Deze technologische ontwikkelingen zijn specifiek voor deze regio en versterken de toonaangevende positie van het laanboomteeltcentrum. In sommige gevallen zal dit een extra druk op de verdere schaalvergroting van de bedrijven (precisieboomteelt) betekenen. Hiermee ontstaat een ruimtelijke opgave die verder verwoord is in de paragraaf ruimtelijke structuur. Ten behoeve van de innovatieve ontwikkelingen en het behoud van kwaliteit van de producten is boomteelt-onderzoek van levensbelang voor de sector. Tot voor kort werden de onderzoeken gefinancierd door het Productschap voor de Tuinbouw. Dit productschap is echter opgeheven. Dit betekent dat het onderzoek nu gefinancierd moet worden door de sector (d.w.z. de kwekers) zelf, met eventuele ondersteuning van andere fondsen. Deze nieuwe werkwijze vraagt de grootst mogelijke aandacht van de sector ten behoeve van het voortbestaan van de sector in het plangebied. Een intensieve samenwerking tussen de kwekers en partijen is hier van groot belang. Aangenomen kan worden dat de reeds ingezette schaalvergroting in de sector zal doorzetten. Dit speelt met name bij de groep grote bedrijven. Deze ruimteclaim voor de toekomst (in balans met de kwaliteiten in het buitengebied) vraagt om een zoekgebied waarvoor duidelijk is dat uitbreiding kan en onder welke voorwaarden dit kan. Hiervoor is een zonering gemaakt. In paragraaf 3.8 is deze zonering met bijbehorende voorwaarden nader gemotiveerd. Het resultaat is een boomteeltconcentratiegebied met veel ontwikkelingsruimte in de gemeente Neder-Betuwe en een boom teeltontwikkelingsgebied met iets meer voorwaarden vanuit het landschap in de gemeenten Overbetuwe en Buren. Naar verwachting zal in de toekomst circa 10 tot 15% van de bedrijven (ten opzichte van 2014) stoppen. Dit komt in grote mate doordat een opvolging ontbreekt. Verdere intensivering zal nog plaats vinden door groei van de Pot en containerteelt (PCT) en de nieuwste ontwikkeling in de gotenteelt. De hoge investeringen zullen deze groei op korte termijn wel limiteren. Verwacht wordt dat de handel zal toenemen omdat er nieuwe markten worden aangeboord (China, Rusland, Japan, Turkije). Ook willen de boomteeltbedrijven een totaal pakket kunnen aanbieden met andere boomkwekerijproducten. Hierdoor kan het aantal vervoersbewegingen bij de bedrijven groeien, waarmee de druk op de infrastructuur toeneemt. Ruimtelijke structuur, verkaveling Er zijn verschillende factoren binnen de laanboomteelt die een invloed hebben op de verkaveling. Dit betreffen onder andere schaalvergroting, automatisering, milieueisen, rentabiliteit en nieuwe teelttechnieken zoals de pot- en containerteelt. Deze stellen eisen aan bijvoorbeeld de kavelgrootte, kavelvorm en kavelligging. Veel bedrijven hebben een suboptimale verkaveling. Belangrijkste reden is dat voor de bedrijfsvoering teeltwisseling noodzakelijk is. Daarnaast zijn veel van de gronden niet in zijn eigendom bij de kwekers. Zij moeten daarom de gronden pachten. Dit staat een (verdere) optimalisatie van de verkaveling in de weg. Door de suboptimale verkaveling en de diverse onderhoudswerkzaamheden aan de bomen en door de verkavelingstructuur vinden er veel en kostbare vervoersbewegingen plaats. Tevens is het gevolg dat in sommige gevallen bedrijven te dicht bij elkaar komen te liggen (concurrentie om de huiskavel) of dat bedrijven in of nabij de bebouwde kom komen te liggen. Grootste struikelblok in dit proces blijft echter de grondpositie van de laanboomteeltbedrijven. Zij zijn niet in het bezit van ongeveer 70% van de benodigde gronden, waardoor zij deze nog steeds moeten blijven pachten. Dit blijft een optimalisering van de verkaveling in de weg staan. Vooralsnog lijken er, bij een onveranderende situatie van grondeigendommen, weinig mogelijkheden voor optimalisatie van de verkaveling te zijn. Bouwvlakken In het plangebied hebben de bestaande boom-teeltbedrijven een passend bouwblok (op maat) gekregen met voldoende ontwikkelingsruimte binnen de planperiode. Dit wil zeggen dat zij een passend bouwblok rond de bestaande bebouwing hebben met enige ruimte voor uitbreiding. De oppervlakte van de bestaande bouwvlakken kan op basis van een regeling in de geldende bestemmingsplannen worden vergroot tot een omvang van maximaal 1,5 ha (Neder-Betuwe en Buren) of een bouwblok op maat tot een maximum van 2,0 ha (Overbetuwe) bij bedrijven die het bestaande bouwvlak reeds geheel hebben benut. Door de gemeenten en de sector is geconcludeerd dat een bouwvlak met deze oppervlakten in nagenoeg alle gevallen voldoende is om de noodzakelijke bedrijfsbebouwing op te realiseren. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de bouwvlakken enkel voor de bedrijfsbebouwing benut worden en niet voor permanente teeltondersteunende voorzieningen. Het bieden van algemene vergroting van het bouwvlak tot 2 ha in het gehele plangebied wordt vooralsnog niet noodzakelijk geacht. Mocht het in specifieke gevallen (bij de grotere boom-teeltbedrijven) voorkomen dat een ruimer bouwvlak gewenst is, dan kan hiervoor een aparte planherziening van het bestemmingsplan worden opgesteld waarin de noodzaak voor vergroting van het bouwvlak specifiek wordt onderbouwd. Binnen het bepaalde bouwvlak dient de bedrijfsbebouwing te worden geconcentreerd, om spreiding van bouwwerken tegen te gaan. Binnen het bouwvlak is het bestaande aantal woningen toegestaan. Indien er nog geen woning aanwezig is, dan is normaal één bedrijfswoning toegestaan, tenzij deze specifiek is uitgesloten vanwege de ligging. Teeltondersteunende voorzieningen Om de teelt van hoogwaardige boomteelt producten te kunnen blijven garanderen en tegen scherpe prijzen te kunnen blijven produceren, maken laanboomtelers steeds meer gebruik van teeltondersteunende voorzieningen. De techniek van het kweken van laanbomen verandert en ook de wensen van de consument. Dit vraagt om specifieke teeltondersteunende voorzieningen. Dit zijn zowel permanente als tijdelijke voorzieningen. De voorzieningen kunnen sterk verschillen van bedrijf tot bedrijf, afhankelijk van het type teelt en aard van het bedrijf. Bij de voorzieningen valt te denken aan containervelden, glasopstanden of tijdelijke overkappingen voor de opkweek van jong materiaal, regenkappen, hagelnetten. Er is inmiddels circa 17 ha pot- en containerteelt (PCT) aanwezig in het plangebied. Dit is bijna altijd in combinatie met vollegrondsteelt. Een recente ontwikkeling zijn de installaties voor de gotenteelt. Om te kunnen investeren in deze voorzieningen hebben de boomtelers behoefte aan duidelijkheid over welke vormen van teeltondersteunende voorzieningen toegestaan zijn. In de basis moeten gemeenten hiervoor beleid opstellen. De drie gemeenten binnen het plangebied hebben in de geldende bestemmingsplannen dit beleid recent vastgelegd. Vanuit de gemeenten en sector is aangegeven dat het beleid voor de teeltondersteunende voorzieningen nu al behoorlijk goed geregeld is. De hoofdintentie van het beleid in de drie gemeenten is in feite overal gelijk. De verschillen zitten met name op detailniveau (bijvoorbeeld in de regeling voor tijdelijke teeltondersteunen-de voorzieningen buiten de bouwvlakken en oppervlakten en hoogtes teeltondersteunende kassen). Om de gewenste duidelijkheid en eenduidigheid binnen het plangebied voor mogelijkheden voor teeltondersteunende voorzieningen nog scherper te krijgen, is een nadere beoordeling van het beleid noodzakelijk. Dit wordt mede ingegeven door de veranderingen in de markt en de noodzaak en wens voor innovatie. Om voor de bedrijven ontwikkelingsruimte te creëren, is het gewenst de regels en het beleid voor de voorzieningen daar op af te stemmen. Dit om mogelijke belemmeringen of ontwikkelingsbeperkingen in de toekomst te voorkomen. Van belang daarbij is dat rekening gehouden wordt met de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Het nader concretiseren c.q. samenvoegen van het beleid voor de teeltondersteunende voorzieningen zal in een apart traject en in dialoog met de sector moet plaatsvinden. Het voorkomen van ziekten Het Laanboomcentrum Betuwe ligt geheel in een bacterievuurvrije zone. Dit betekent dat de bomen, maar ook het totale gebied intensief geïnspecteerd wordt op het voorkomen van bacterievuur. De kosten van deze inspectie worden gedragen door de kwekers. Het resultaat is dat bomen die uit dit gebied geëxporteerd worden een certificaat krijgen van bacterievuur vrije bomen. Voor het imago van dit gebied in het buitenland is dit van grote betekenis. Het voorkomen van ziekten is een blijvend aandachtspunt en zal in de toekomst indien nodig breder opgepakt worden. Relatie met ABC Er zijn plannen om nabij Opheusden een Agro Business Centre (ABC), dat ondersteunend zal zijn aan de laan-boomsector, te realiseren. Het Agro Business Centrum is primair bedoeld voor logistieke doeleinden. Daarnaast is er binnen dit centrum ruimte voor aanverwante bedrijven (ondersteuning/toelevering, clustering van glas, informatievoorziening). Hiervoor loopt momenteel een separaat (planologisch) proces. Dat betekent dat producenten, toeleveranciers, afnemers en kennisontwikkeling een hecht locaal netwerk vormen waardoor productvernieuwing wordt gestimuleerd.

Rechtspraak bij dit artikel