Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.4

WATER

Onderdeel van Intergemeentelijke Strategische Visie laanboomcentrum Betuwe

Water is een onmisbare schakel in de productie van boomkwekerijproducten. Zowel regen-, grond- als gietwater is noodzakelijk en dient van een goede kwaliteit te zijn. De boomkwekerij heeft belang bij het verbeteren van de waterkwaliteit, de beschikbaarheid van water en bij het anti-verdrogingsbeleid. Een duurzaam watersysteem is dus sterk sturend op de ontwikkeling van de toekomstige omgevingskwaliteiten in het plangebied en de ontwikkelingsmogelijkheden voor de laanboomteelt. Met een duurzaam watersysteem wordt ruimte geboden in het laanboomcentrum Betuwe voor de doorontwikkeling van kapitaalintensieve teelten. Daarnaast is een groep van zoetwatergebruikers c.q. kapitaalintensieve telers aan het zoeken naar de mogelijkheden om een gebiedscluster zo veel mogelijk zelfvoorzienend te maken (i.v.m. wateroverlast en waterkwaliteit). Voor een goede aan- en afvoer van water (waterkwantiteit) is een op de laanboomteelt afgestemde waterhuishouding noodzakelijk. Hierover zijn met het Waterschap, in het peilbesluit, goede afspraken gemaakt. Efficiënt toedienen van water bij hoogwaardige teelten zorgt ervoor, in vergelijking met traditionele beregeningsinstallaties, dat verdampingsverliezen worden voorkomen. Het sluit aan bij de ontwikkeling dat ook voedingsstoffen en gewasbeschermingsmiddelen steeds meer op maat worden toegediend. Van de laan-boomteeltsector wordt daarnaast verwacht dat zij een bijdrage levert aan het verbeteren van de kwaliteit van het (oppervlakte)water. Op de bedrijven wordt reeds een bijdrage geleverd aan het integrale waterbeheer. Echter, op het gebied van het terugdringen van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen, het verminderen van drift en een nog nauwkeuriger mineralenmanagement, en recirculatie bij pot- en containervelden zijn nog verbeteringen mogelijk. Daarvoor conformeert de sector zich in het gebied reeds aan het landelijk beleid. De sector moet praktische maatregelen (goede landbouwpraktijk), die bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit, sneller binnen de sector verspreiden en toepassen. Dit kan plaatsvinden binnen lopende projecten, maar ook binnen nieuwe projecten die gezamenlijk met het waterschap ontwikkeld en uitgevoerd worden. Met betrekking tot de Europese Kader Richtlijn Water is het van belang dat er een praktische invulling aan de doelstellingen wordt gegeven. Naast de aanvoer van voldoende en kwalitatief goed water kan de laanboomteeltsector kijken naar mogelijkheden om spaarzamer met water om te gaan en eventueel water op te slaan. Ook zullen maatregelen in de uiterwaarden noodzakelijk zijn. In relatie tot de Beleidslijn Grote Rivieren zal het bergend vermogen en bij voorkeur ook de doorstroming van de uiterwaarden moeten toenemen. Laanboomteelt in deze gebieden is dan ook vanuit dit oogpunt niet gewenst. Het Waterschap Rivierenland geeft invulling aan de behoefte aan een groter bergend vermogen door het aanleggen van natuurvriendelijke oevers langs de Linge en A-watergangen (KRW/NBM-maatregelen). Dit wordt door de gemeenten ondersteund, omdat de Linge hierdoor tevens als landschappelijke en recreatieve structuur beter zichtbaar en beleefbaar wordt.

Rechtspraak bij dit artikel