In de loop van 2021 tot begin 2022 is in de Fluvius regio een gezamenlijk basisdocument opgesteld voor de nieuwe RWP’s. Elke gemeente heeft dit basisdocument in 2022 toegespitst op hun eigen situatie en uitgewerkt tot een eigen RWP.
Onder de Omgevingswet is het opstellen van een programma een autonome gemeentelijke bevoegdheid. Het nieuwe RWP is opgesteld in een periode van overgang naar de Omgevingswet. Het past in de geest van de Omgevingswet. Maar tegelijk is gekeken naar de (oude of nog steeds geldende) eisen vanuit de Wet milieubeheer. In de Wet milieubeheer artikel 4.22 staan inhoudelijke eisen aan een GRP (Gemeentelijk rioleringsplan = voorloper van het RWP) en in de Wet milieubeheer artikel 4.23 staat voorgeschreven welke instanties moeten worden betrokken bij het opstellen van een GRP.. Er is gehandeld conform de Wet milieubeheer, zowel wat betreft inhoud als proces.
Artikel 4.22 Wet milieubeheer:
De gemeenteraad stelt telkens voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk rioleringsplan vast.
Het plan bevat ten minste:
een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 3.5 van de Waterwet, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 3.6 van laatstgenoemde wet en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn;
een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a;
een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b , worden of zullen worden beheerd;
de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen als bedoeld onder a, en van de in het plan aangekondigde activiteiten;
een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten.
Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een gemeentelijk rioleringsplan.
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10.33, alsmede de taken, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6 van de Waterwet. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking.
Artikel 4.23 Wet milieubeheer:
Het gemeentelijke rioleringsplan wordt voorbereid door burgemeester en wethouders. Zij betrekken bij de voorbereiding van het plan in elk geval:
gedeputeerde staten,
de beheerders van de zuiveringstechnische werken waarnaar het ingezamelde afvalwater wordt getransporteerd, en
de beheerders van de oppervlaktewateren waarop het ingezamelde water wordt geloosd.
Zodra het plan is vastgesteld, doen burgemeester en wethouders hiervan mededeling door toezending van het plan aan de in het eerste lid, onder a tot en met c, genoemde instanties, en Onze Minister.
Burgemeester en wethouders maken de vaststelling bekend in één of meer dag- of nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden. Hierbij geven zij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het plan.
Het waterschap Drents Overijsselse Delta is betrokken geweest bij het opstellen van het RWP:
Zowel in zijn rol als beheerder van een zuiveringstechnisch werk, als die van beheerder van oppervlaktewater.
Zowel bij het opstellen van het Fluvius basisdocument, alsook bij de uitwerking in het onderhavige RWP.
Na vaststelling van het RWP wordt een exemplaar toegezonden aan de provincie.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
– Besluitvormingstraject van het RWP.
Onderdeel van Riolering en Water Programma – RWP 2023-2028