In deze paragraaf staat het gemeentelijke beleid voor afvalwater.
De basis voor dit beleid staat in de Omgevingswet artikel 2.16. De wet gaat uit van inzameling van het afvalwater door de gemeente met een openbaar vuilwaterriool, behoudens enkele uitzonderingen.
Totdat de Omgevingswet van kracht wordt, is er een vergelijkbare formulering opgenomen in de Wet milieubeheer artikel 10.33. Het staat bekend als de gemeentelijke zorgplicht voor afvalwater.
Artikel 2.16 Omgevingswet:
Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer:
Lid 1.a.3 - de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater,
Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt:
op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool,
op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool.
In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.
Artikel 10.33 Wet milieubeheer:
De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet.
In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een gemeente, waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt.
Op verzoek van burgemeester en wethouders kunnen gedeputeerde staten in het belang van de bescherming van het milieu ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, voor:
een gedeelte van het grondgebied van een gemeente, dat gelegen is buiten de bebouwde kom, en
een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten wordt geloosd.
De ontheffing bedoeld in het derde lid kan, indien de ontwikkelingen in het gebied waarvoor de ontheffing is verleend daartoe aanleiding geven, door gedeputeerde staten worden ingetrokken. Bij de intrekking wordt aangegeven binnen welke termijn in inzameling en transport van stedelijk afvalwater wordt voorzien.
Kernformulering van het afvalwaterbeleid.
Gemeente Meppel voert als beleid om het huishoudelijk afvalwater en het bedrijfsafvalwater voor bijna 100% in te zamelen met riolering. Het belangrijkste motief hiervoor is het beschermen van de volksgezondheid, door afvalwater te verwijderen uit de directe leefomgeving. Daarnaast gaat het om leefbaarheid (voorkomen stankoverlast), bescherming van de waterkwaliteit en milieubescherming. Het stedelijk afvalwater (dat is de mix van afvalwater en (zo min mogelijk) hemel- en grondwater) wordt getransporteerd naar een overnamepunt en daar overgedragen aan het waterschap, die zorg draagt voor het verdere transport naar en de zuivering op de RWZI. Het is voor eigenaren van gebouwen vrijwel altijd verplicht om een aansluiting te hebben op de riolering.
Uitwerking van het afvalwaterbeleid.
Hierna volgen enkele gebiedsgerichte en thematische uitwerkingen van het afvalwaterbeleid. Per onderwerp wordt de essentie kort vermeld. Gedetailleerde informatie is verkrijgbaar door te klikken op de link.
Afvalwaterbeleid voor woningen binnen de bebouwde kom.
Gemeenten hebben de plicht om afvalwater in te zamelen in de bebouwde kom. Voor lozers geldt een vrijwel volledig lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. Het is daarmee vrijwel 100% verplicht om woningen binnen de bebouwde kom aan te sluiten op de riolering. Dit beleid geldt vanwege de volksgezondheid en de leefbaarheid in de zin van het voorkomen van stankoverlast. Zie bijgaand kader voor meer informatie.
Afvalwaterbeleid voor niet-woningen binnen de bebouwde kom.
Voor niet-woningen geldt in principe hetzelfde beleid als voor woningen, namelijk aansluiten op de riolering vanwege de volksgezondheid. Het ligt alleen anders bij gebouwen waar geen afvalwater vrijkomt en bij bedrijven met bijzonder afvalwater of grote hoeveelheden afvalwater. Zie bijgaand kader voor meer informatie..
Afvalwaterbeleid in het buitengebied.
In het buitengebied wordt in enkele deelgebieden (druk)riolering aangeboden. In die gebieden geldt door de aanwezigheid van riolering een lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. In de gebieden zonder (druk)riolering is een individuele zuiveringsvoorziening (IBA) verplicht, die gezuiverd water loost in de bodem of op het oppervlaktewater. Zie bijgaand kader voor meer informatie.
Beleid voor nieuwe aansluitingen of grotere lozingen op bestaande riolering.
Het bestaande rioolstelsel, het transportsysteem van gemalen en persleidingen en de RWZI hebben een bepaalde capaciteit. Nieuwe aansluitingen zijn niet zomaar mogelijk en bestaande lozingen mogen niet zomaar worden vergroot. Eerst moet de gemeente checken wat de mogelijkheden zijn. Bij grote lozingen moet ook het waterschap worden betrokken. Het gaat naast technisch inhoudelijke zaken ook over de kosten. Als een bestaande lozing aanmerkelijk wordt verzwaard, dan geldt dit als een nieuwe aansluiting. Zie bijgaand kader voor meer informatie.
Beleid voor nieuw aanleg in uitbreidingswijken.
In nieuwe gebieden is aanleg van nieuwe riolering vereist. Dit gaat in nauw overleg tussen gemeente en waterschap. Bij nieuwbouw wordt riolering aangelegd om afvalwater in te zamelen en te transporteren naar de zuivering vanwege de volksgezondheid. Voor hemelwater wordt per situatie een lokaal passende oplossing gekozen Zie bijgaand kader voor meer informatie.
Beleid voor lozingen op de riolering.
Riolering is bedoeld voor huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater dat daarop lijkt. Andere lozingen zijn niet zomaar toegestaan omdat het schade kan berokkenen aan de riolering en/of aan de zuivering en/of aan het milieu. Het gaat om de algemene zorgplicht om de goede werking van riolering en zuivering niet te verstoren. Specifiek gelden eisen voor olie- en vetafscheiders. Zie bijgaand kader voor meer informatie..
Beleid om foutaansluitingen tegen te gaan.
Foutieve aansluitingen zijn verboden en dienen te worden rechtgezet. Het loopt vanaf het constateren van een knelpunt, via onderzoek en communicatie tot aan een eventuele juridische aanpak. Zie bijgaand kader voor meer informatie.
Afvalwaterbeleid voor woningen binnen de bebouwde kom.
Gemeenten hebben de plicht om afvalwater in te zamelen binnen de bebouwde kom. Zie artikel 2.16 van de Omgevingswet.
Voor lozers geldt binnen de bebouwde kom een vrijwel volledig lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. Dit is geregeld in Artikel 7 en Artikel 10 Blah, het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Onder de nieuwe wetgeving van de Omgevingswet is dit geregeld in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Dit beleid geldt vanwege de volksgezondheid en bewoonbaarheid. Afvalwater in de leefomgeving kan aanleiding geven tot ziekten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om de Bruidsschat aan te passen.
Het lozingsverbod geldt niet als de riolering op meer dan 40 meter afstand ligt (zie Blah).
Het lozingsverbod kan tijdelijk worden opgeheven met een maatwerkvoorschrift als er sprake is van een aanwezige zuiveringsvoorziening die nog niet is afgeschreven (zie Blah).
Beide bovengenoemde punten leiden samen tot de conclusie dat in de bebouwde kom aansluiting op de riolering feitelijk verplicht is.
Voor woningen met focus op duurzaamheid, circulariteit en/of het zogenaamde “off-grid” streven, gelden dezelfde regels. Er geldt een lozingsverbod voor afvalwater naar de bodem en het oppervlaktewater.
Het afzien van een aansluiting op de riolering kan als er geen afvalwater vrijkomt uit de woning. Dit is in de huidige westerse manier van wonen ondenkbaar. Experimenteel kun je denken aan het volgende:
De woning is niet aangesloten op het drinkwaternet. Aansluiting op het drinkwaternet geeft gerede kans op grote hoeveelheden afvalwater.
De woning heeft een droog toilet met separate opvang en verwerking van de droge en de natte fractie. Fecaliën zijn te verwerken in de tuin. Urine heeft potentie voor verwerking.
De woning heeft geen bad of douchevoorziening. Bad en douche gaan gepaard met grote hoeveelheden afvalwater. Wil je zonder riolering, dan ga je naar een centrale badplaats.
De woning heeft geen wasmachine. Een wasmachine leidt tot een grote hoeveelheid afvalwater met zeepresten. Wil je zonder riolering, dan maak je gebruik van een centrale wasserette.
De keuken heeft water uit een jerrycan. Een klein beetje afvalwater uit de keuken kan worden benut voor plantenbakken in huis of in de tuin.
Lid 3 van artikel 2.16 van de Omgevingswet geeft een opening voor alternatieve systemen: In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.
Opgemerkt moet worden dat recent in Almere Oosterwold slechte ervaringen zijn opgedaan met individuele systemen voor afvalwater in een woongebied. Gemeente en waterschap zijn teruggekomen op toestemming en eisen alsnog aansluiting op de riolering.
Afvalwaterbeleid voor niet-woningen binnen de bebouwde kom.
Bedrijven.
Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater inzamelt dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. De gemeente en het waterschap treden hierin gezamenlijk op en kunnen nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen.
Evenementen.
Voor evenementen geldt de plicht om afvalwater op verantwoorde wijze in te zamelen. De verantwoordelijkheid ligt bij de organisator. In sommige gevallen kan er direct worden geloosd op putten, maar het kan ook zijn dat het afvalwater per as wordt afgevoerd naar de zuivering. Soms zie je innovaties zoals gescheiden inzameling van urine.
Woonboten.
Een woonboot wordt beschouwd als woning. Dit volgt uit het Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens, Artikel 1, lid 1b. Aansluiting op de riolering is verplicht bij een vaste ligplaats. Lozing vanuit de woonboot op het oppervlaktewater is verboden.
Boten.
Een varende boot wordt niet gezien als woning en kan niet worden aangesloten op de riolering. Lozing van afvalwater op oppervlaktewater is echter wel verboden. De bestuurder van de boot dient er op toe te zien dat afvalwater wordt geloosd op een geschikte locatie. De gemeente ontvangt het afvalwater vanuit een haven net zoals een bedrijfsmatige lozing. De eigenaar/beheerder van een haven is verantwoordelijk voor een inzamelsysteem in de haven.
Gebouwen zonder afvalwater.
Diverse gebouwen hebben in principe geen afvalwater, zoals trafohuisjes zonder drinkwater en garageboxen zonder drinkwater. Deze behoeven geen verplichte aansluiting op de riolering.
Afvalwaterbeleid in het buitengebied.
Onderstaand het beleid voor afvalwater voor woningen en niet-woningen buiten de bebouwde kom.
Buiten de bebouwde kom is niet vanzelfsprekend riolering aanwezig. De gemeente bepaalt, veelal in overleg met waterschap en provincie of in een gebied riolering wordt aangelegd of niet. Deze keuze is doorslaggevend voor de situatie van de lozer:
Als er riolering in de buurt is, dan valt de lozer onder een lozingsverbod. Zie de afstandscriteria hieronder. De lozer zal dan veelal kiezen voor aansluiting op de riolering onder voorwaarden die de gemeente daaraan stelt. Soms is afvoer per as of lozing in de mestkelder een alternatief.
Is er geen riolering in de buurt, dan is een individuele zuivering toegestaan, van waaruit het gezuiverde water wordt geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater. Ook hier kan afvoer per as of de mestkelder een alternatief zijn.
Het beleid wordt als volgt uitgewerkt:
De gemeente hanteert in het buitengebied een gebiedsgerichte benadering. Dit komt erop neer dat per gebied wordt bekeken of riolering zinvol is of niet. Dit hangt af van de aantallen lozers, de lozingshoeveelheden en de kwetsbaarheid van het gebied voor de toepassing van individuele zuiveringen. De begrenzing van de gebieden en de keuze om al of niet riolering aan te bieden wordt in de planperiode gemaakt door de gemeente in overleg met het waterschap.
In gebieden met riolering geldt voor afvalwater een lozingsverbod in de bodem. In overleg met het waterschap geldt tevens een lozingsverbod voor afvalwater op oppervlaktewater. Lozen van huishoudelijk afvalwater of daarop gelijkend bedrijfsafvalwater in de bodem of op oppervlaktewater is alleen toegestaan als de riolering verder weg ligt dan:
40 m bij lozingen tot en met 10 i.e.
100 m bij lozingen van 11 tot 25 i.e.
600 m bij lozingen van 25 tot 50 i.e.
1500 m bij lozingen van 50 tot 100 i.e.
3000 m bij lozingen van 100 tot 2000 i.e.
Deze afstandscriteria zijn afkomstig uit artikel 3.4 van het Activiteitenbesluit en krijgen opvolging in de Bruidsschat voor het omgevingsplan.
In gebieden zonder riolering is een individuele voorziening voor de zuivering van afvalwater (IBA) vereist. Afhankelijk van de soort en hoeveelheid afvalwater worden hieraan eisen gesteld.
Veranderende omstandigheden kunnen voor de gemeente aanleiding geven om extra riolering aan te leggen. Een gebied verandert dan van de status “zonder riolering” naar “met riolering”. Aansluiten op de riolering wordt daarmee verplicht. Eventueel wordt een overgangstermijn in acht genomen om bestaande goed functionerende IBA’s eerst af te schrijven.
De uitwerking per gebied en perceel wordt opgenomen in het Omgevingsplan.
Riolering in het buitengebied betreft meestal drukriolering, een stelseltype waarmee grote afstanden kunnen worden overbrugd. Daarnaast zijn andere systemen mogelijk zoals vacuüm of lucht-pers
Het lozen van hemelwater of grondwater of oppervlaktewater op de (druk)riolering is verboden omdat het systeem dan overbelast raakt. Dergelijke overbelasting treedt soms op bij de pompunit op de betreffende locatie maar soms ook op andere plekken dan de lozingslocatie doordat pompen elkaar wegdrukken.
Beleid voor nieuwe aansluitingen of grotere lozingen op bestaande riolering:
Hoofdregel is dat een bouwwerk zodanige voorzieningen voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater moet hebben dat het water zonder nadelige gevolgen voor de volksgezondheid is af te voeren. Deze bepaling uit het Bouwbesluit 2012 wordt overgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Regels voor de terreinriolering komen terug via artikel 22.12 van de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Met een algemene regel of met een maatwerkvoorschrift wordt bepaald op welke plaats, op welke hoogte en met welke afmeting moet worden aangesloten met de voorzieningen voor afvalwater en hemelwater.
De gemeente brengt kosten in rekening voor een nieuwe aansluiting op de riolering. In gemeente Meppel gebeurt dit met een individuele overeenkomst op basis van werkelijk gemaakte kosten. Voor de aanvrager zijn er daarnaast de kosten voor de aansluitleiding op het eigen terrein.
Voor lozingen groter dan 1 m3/dag, dus meer dan een normale huishoudelijke lozing, geldt dat de eventuele kosten die gemaakt worden om het stelsel geschikt te maken voor deze grotere lozing, in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer. Denk hierbij aan een grotere leiding, rioolgemaal met dubbele pompen en extra elektronica. Dit geldt zowel voor nieuwe lozingen als voor bestaande lozingen die worden uitgebreid.
Beleid voor afvalwater bij nieuwe aanleg in uitbreidingswijken:
In uitbreidingswijken wordt nieuwe riolering aangelegd. Dit gebeurt in overleg met het waterschap, in zijn rol als waterbeheerder en in zijn rol als zuiveringsbeheerder. De hoofdregel is dat de gemeente gaat over de stelselkeuze en zorgt voor de bekostiging van de riolering. Het afvalwater wordt door de gemeente getransporteerd naar een bestaand overnamepunt. Het waterschap is verantwoordelijk voor eventuele aanpassingen vanaf het overnamepunt. Bij grote uitbreidingsplannen kan een nieuw overnamepunt aan de orde zijn. Ook dan is het overnamepunt de grens tussen de verantwoordelijkheid van de gemeente en die van het waterschap..
Voor lozingen op de riolering geldt het volgende beleid:
Er geldt een zorgplichtbeginsel voor afvalwaterlozingen, zie artikel 2.1 Activiteitenbesluit:
Het voorkomen van het ontstaan van afvalwater;
Het gescheiden houden van verschillende soorten water.
Het voorkomen of beperken van bodemverontreiniging op het perceel;
Het voorkomen of beperken van oppervlaktewaterverontreiniging vanaf het perceel;
Het beschermen van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer, zoals de riolering en de zuivering;
Geen lozingen zoals olie en vet in het riool. Bij horeca, garages en andere lozers van olie- en vethoudend afvalwater is een olie- en vetafscheider verplicht.
Geen afvalwater lozen in het hemelwaterriool.
Geen hemelwater in het afvalwaterriool.
Hemelwater mag bij een gemengd rioolstelsel worden afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater. Het heet dan geen afvalwaterriool, maar riool voor stedelijk afvalwater.
Soms wordt hemelwater vanaf een risicovol oppervlak bewust afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater ook al is er geen gemengd stelsel maar een gescheiden stelsel. Hiermee moet terughoudend worden omgegaan omdat anders het afvalwaterstelsel overbelast raakt en gaat functioneren als gemengd stelsel.
Het beleid is uitgewerkt in specifieke eisen aan lozingen op de riolering. Deze worden via de zogenaamde Bruidsschat opgenomen in het gemeentelijk omgevingsplan.
Voor de meeste lozingen op de riolering is de gemeente bevoegd gezag. De Omgevingsdienst voert taken uit in opdracht van de gemeente. Het waterschap heeft een adviserende rol. Voor lozingen op oppervlaktewater is het waterschap bevoegd gezag.
Beleid tegen foutaansluitingen:
Bij gescheiden rioolstelsels liggen aparte buizen in de straat voor afvalwater en hemelwater. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de zuivering en het hemelwater wordt geloosd op oppervlaktewater. Bij dit stelseltype bestaat het risico op foutieve aansluitingen:
Als afvalwater wordt geloosd op het hemelwaterstelsel, dan vindt er een ongezuiverde lozing plaats, herkenbaar aan stank en grijzig water bij het lozingspunt.
Als hemelwater wordt geloosd op het afvalwaterstelsel, dan raakt deze overbelast en treedt afvalwater uit bij een nood-overstort of op straat of in een gebouw.
Bij het vermoeden van foutaansluitingen wordt de volgende werkwijze gehanteerd:
Eerst inschatten hoe groot de problematiek is, al of niet in overleg met de waterbeheerder en met de zuiveringsbeheerder (waterschap DOD). Vervolgstappen alleen zetten als er een reëel probleem is:
bijvoorbeeld grijs water bij de lozingspunten van het hemelwaterstelsel.
Bijvoorbeeld een gemaal voor afvalwater dat duidelijk meer draait als er neerslag valt.
Onderzoeken welke opsporingstechniek in de gegeven omstandigheden het beste past. De afgelopen jaren zijn meerdere technieken op de markt gekomen om foutieve aansluitingen op te sporen.
Communicatietraject ingaan waarbij je de eigenaren of bewoners eerst aanspreekt op de ongewenstheid van foutieve aansluitingen en daarbij laat merken dat de gemeente desnoods met juridische middelen kan ingrijpen.
Het feitelijke opsporingsonderzoek. Dit is vaak arbeidsintensief speurwerk.
Herstel van foutieve aansluitingen op openbaar terrein wordt uitgevoerd door de gemeente, kosten zijn voor de eigenaar van de aansluiting.
Als een eigenaar of gebruiker niet wil meewerken, dan kan het juridische traject worden bewandeld. Medewerking van de eigenaar en eventuele gebruiker van een pand is veelal vereist. Dit is juridisch afdwingbaar. Juridische aanpak kan:
via het bouwspoor vanwege een foutieve aansluiting, uitgaande van NEN3215 die is opgenomen in het Bouwbesluit 2012, afdeling 6.4.
via het milieuspoor vanwege een ontoelaatbare lozing, uitgaande van het Besluit lozing afvalwater huishoudens die lozing of infiltratie van afvalwater verbiedt als een vuilwaterriool in de buurt is.
Naderhand beoordelen hoe groot het effect is geweest. Leerpunten vastleggen voor toekomstige projecten.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
– Beleid afvalwater.
Onderdeel van Riolering en Water Programma – RWP 2023-2028