Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

– Beleid hemelwater.

Onderdeel van Riolering en Water Programma – RWP 2023-2028

In deze paragraaf staat het gemeentelijke beleid voor hemelwater. De basis voor dit beleid staat in de Omgevingswet artikel 2.16. De wetgever heeft gezocht naar balans tussen de eigen verantwoordelijkheid van de particulier en de collectieve verantwoordelijkheid van de gemeente. Het is aan de gemeente om hierin lokale afwegingen te maken. Totdat de Omgevingswet van kracht wordt, is er een vergelijkbare formulering opgenomen in de Waterwet artikel 3.5. Het staat bekend als de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater. Artikel 2.16 Omgevingswet: Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: Lid 1.a.1 - de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan. Artikel 3.5 Waterwet: De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuivering technisch werk. Kernformulering van het hemelwaterbeleid. Gemeente Meppel voert als beleid om het hemelwater zoveel mogelijk lokaal te benutten, te infiltreren in de bodem of te lozen op oppervlaktewater. Als lokale oplossingen ontoereikend zijn, zamelt de gemeente het overtollige hemelwater in, liefst gescheiden van het afvalwater, om het op een geschikte plek te lozen op oppervlaktewater. Hemelwater wordt in enkele gebieden gemengd met afvalwater afgevoerd naar de RWZI, met overstorten naar het oppervlaktewater. De klimaatverandering noopt ons tot klimaatadaptatie, zoals infiltratie en buffering van hemelwater. De openbare ruimte wordt in de loop der jaren zodanig ingericht dat overlast bij extreme buien beperkt blijft. Bewoners en bedrijven worden gevraagd om maatregelen te treffen op eigen terrein. Uitwerking van het hemelwaterbeleid. Hierna volgen enkele specifieke uitwerkingen van het hemelwaterbeleid. Per onderwerp wordt de essentie kort vermeld. Gedetailleerde informatie is verkrijgbaar door te klikken op de link. Principes voor het hemelwaterbeleid. Bij de opvang en verwerking van hemelwater zijn diverse keuzes te maken en er zijn uiteenlopende combinaties van keuzen mogelijk. Het hangt af van de lokale omstandigheden welke combinatie van keuzen de voorkeur verdient. Op een hoge zandgrond wil je het hemelwater bijvoorbeeld infiltreren op de plek waar het valt. Maar in een diepe polder met kwel en kleigrond is een traditioneel gescheiden rioolstelsel juist een goede keuze. Daarbij is het volgen van enkele principes behulpzaam. Het gaat om de principes schoonhouden, benutten, vertragen, infiltreren, direct lozen en inzamelen. Zie bijgaand kader voor meer informatie. Het beleid per buurt laat zich naderhand uitwerken tot perceelniveau in het Omgevingsplan. Bij een perceel staat dan aangegeven welk beleid er geldt en welke voorzieningen worden aangeboden. In gemeente Meppel is een aantal rioolstelsels van het gemengde type. Hierin wordt hemelwater in dezelfde buis afgevoerd als afvalwater. Gemengde stelsels hebben overstorten. In enkele kaders wordt nader ingegaan op deze overstorten: Kader met uitleg over de functie en problematiek van overstorten. Kader over de basisinspanning bij overstorten. Kader met het overzicht van de overstorten in gemeente Meppel. Hemelwaterbeleid kan worden ondersteund door particulier initiatief, vooral bij de gemengde rioolstelsels. Dit geeft kleine voordeeltjes per keer, maar kan op termijn een krachtig middel vormen om het bestaande gemengde rioolstelsel te ontlasten. Klik hier voor de voor- en nadelen van afkoppelen. Extreme buien geven steeds vaker problemen met wateroverlast. Het geeft een nieuwe opgave en is onderdeel van de klimaatadaptatie. Zie bijgaand kader met het beleid voor wateroverlast bij extreme buien. Hierin staat gedefinieerd wat als wateroverlast wordt gezien. De gemeente heeft een wettelijke taak voor wat betreft het inzamelen van hemelwater dat de perceeleigenaar zelf niet doelmatig kan verwerken, het waterschap voor beheer van het watersysteem, zowel kwantitatief als kwalitatief. Tussen deze taken bestaat een overgangsgebied, waarin lokale keuzes moeten worden gemaakt. Thematische uitwerking met principes voor het hemelwaterbeleid. Schoonhouden. Hemelwater is vrijwel schoon als het valt. De opgave is om dit zo te houden. Onderstaande keuzes dragen bij aan het schoonhouden van hemelwater. Vermijd het gebruik van uitlogende materialen, zoals on-gecoate metalen. Houdt hemelwater zoveel mogelijk bovengronds. Zichtbaarheid bevordert een zorgvuldige omgang met het water zonder ongewenste lozingen. Vermijd activiteiten die afstromend hemelwater verontreinigen. Dergelijke activiteiten dienen plaats te vinden in afgesloten inrichtingen. Zorg dat er geen afvalwater wordt geloosd op voorzieningen voor hemelwater. Benutten. Hemelwater is te benutten voor bijvoorbeeld tuinsproeien of toiletspoeling. Mensen met oog voor duurzaamheid kunnen zelf kiezen om hemelwater te benutten en zodoende minder drinkwater te verbruiken. In gebieden met een duurzaamheidsdoelstelling en/of in gebieden met beperkingen op het gebied van de drinkwatervoorziening kan de gemeente het benutten van hemelwater inzetten als instrument. Vertragen. Zware buien leiden tot piekbelasting. Soms geeft dit problemen in de vorm van overbelasting van riolen of infiltratievoorzieningen waardoor water op straat ontstaat. Of er ontstaat inundatie vanuit oppervlaktewater. Deze problemen treden minder op als de afstroming van hemelwater wordt vertraagd. Liefst zo lokaal mogelijk. Groene of blauwe daken of berging op eigen perceel geven lokaal vertraging. Op buurtniveau is vertraging te realiseren door bergingsgebieden, zoals wadi’s. In het watersysteem is vertraging te realiseren door ruimte voor water. Infiltreren. Infiltratie van hemelwater leidt tot aanvulling van het grondwater. Het is nuttig in gebieden met droogte en draagt lokaal bij aan de watervoorziening van struiken en bomen. Bovendien kan het bijdrage leveren aan het lokaal remmen van bodemdaling. In gebieden met een kleine onverzadigde zone (o.a. als gevolg van kwel) is infiltreren lastiger. De geohydrologische omstandigheden zijn hierin bepalend. Infiltratie kan op particuliere schaal met een laagte in de tuin of een ondiep kratje. Bij nieuwbouw kan het direct worden gerealiseerd. Bij bestaande bebouwing kan het worden toegevoegd om het afvoersysteem te ontlasten. Infiltratie kan in de openbare ruimte door infiltrerende verharding of door afstroming naar lage groenstroken of door wadi’s of andere voorzieningen. Direct lozen. Directe lozing van hemelwater op oppervlaktewater klinkt vanzelfsprekend, mits het watersysteem de piekafvoer kan verwerken en de lozing niet verontreinigd is. Directe lozing is mogelijk vanaf daken en/of verharding, mits vlakbij het water en in overleg met de beheerder van het betreffende water. Inzamelen. De gemeente kan hemelwater inzamelen via een systeem in de openbare ruimte om het verderop te lozen. Diverse stelseltypen kennen specifieke voor- en nadelen. Gotensysteem waarbij het hemelwater bovengronds blijft en verderop wordt geloosd. HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met bovengrondse inloop via goten en roosters. HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met ondergrondse aansluitleidingen. Ook geschikt voor drainage. Veel toegepast stelseltype. Achilleshiel zijn de foutieve aansluitingen. Functie en problematiek van riooloverstorten. Riolering is tegenwoordig in de eerste plaats bedoeld voor inzameling en transport van afvalwater. In de vorige eeuw was het gebruikelijk om hemelwater met dezelfde riolering in te zamelen als het afvalwater. Dit betreft het zogenoemde gemengde rioolstelsel. Het brengt in feite al het water waar je vanaf wilt naar de randen van stad of dorp. In de loop van de 20ste eeuw werden aan de stadsranden zuiveringen gebouwd omdat ongezuiverde lozing van afvalwater ontoelaatbaar werd voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. De waterkwaliteit is daarna sterk verbeterd. Overigens is de sanering van bedrijfslozingen ook van grote invloed geweest op de waterkwaliteit. In de loop van de jaren werden alle steden en dorpen en ook veel buitengebied via riolering aangesloten op de zuiveringen. Het zuiveringsproces is gebaat bij een vrij constante aanvoer van afvalwater en niet bestand tegen de piek van al het hemelwater. Om die reden wordt er naast het echte afvalwater slechts een beperkte hoeveelheid extra water vanuit de riolering naar de zuivering geleid. Dit wordt de pompovercapaciteit genoemd. De rest wordt tijdelijk geborgen in de riolering. Dit wordt de berging genoemd. Maar bij zware buien of langdurige neerslag schiet deze bergings­capaciteit tekort en raakt het stelsel geheel gevuld. Om wateroverlast te voorkomen zijn overstorten aangebracht in speciale putten. Deze lozen dan verdund doch ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Bovendien komt dikwijls rioolslib mee door de hoge stroomsnelheden bij zware buien. Het resulteert tijdens en na de overstorting in stank en visuele overlast. Bij grote overstortingen kan sprake zijn van een verminderde waterkwaliteit. Soms leidt dit tot vissterfte, verarming van ecosystemen en verontreinigde baggerspecie. De riooloverstorten leiden in sommige gevallen dus tot problemen. De riooloverstorten kunnen echter niet worden gemist omdat het gemengde stelsel dan meerdere keren per jaar leidt tot water op straat, inclusief afvalwater op straat. Riooloverstorten zijn dus noodzakelijk vanuit een historisch gegroeide situatie, maar vormen soms een probleem vanuit huidig perspectief. Basisinspanning Vanaf de jaren ’90 is door waterschappen aangedrongen op de basisinspanning bij gemengde rioolstelsels. Dit betreft het zogenoemde saneren van riooloverstorten, soms door volledige sluiting, soms door afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering, soms door grote bergbezinkbassins. In 1995 is landelijk besloten dat de vuilemissie vanuit gemengde rioolstelsels naar oppervlaktewater 50% gereduceerd moet worden. Deze wens werd bekend als de “basisinspanning”. Als na het behalen van de basisinspanning nog steeds knelpunten ten aanzien van oppervlaktewaterkwaliteit worden ervaren, kunnen gemeente en waterbeheerder gezamenlijk besluiten om aanvullende maatregelen te nemen. In de gemeente Meppel is de basisinspanning voltooid. Er zijn geen aanwijzingen dat de resterende overstorten een groot probleem vormen. Naast de basisinspanning is er het waterkwaliteitsspoor. Er kunnen ondanks het voldoen aan de basisinspanning problemen zijn met riooloverstorten. Het water uit de overstorten is namelijk in zekere mate verontreinigd. Het oppervlaktewater waarop wordt overgestort is bijvoorbeeld niet altijd geschikt voor recreatief gebruik. Gemeente en waterschap kunnen in overleg besluiten dat extra maatregelen gewenst zijn. Overzicht van de overstorten vanuit gemengde stelsels Het overzicht van de overstorten is van belang vanwege het Besluit Lozen Buiten Inrichtingen, het BLBI. Zie in het BLBI artikel 3.15, de algemene toelichting in §5.6.3 en §7.1.2 en de artikelsgewijze toelichting bij artikel 3.14 en 3.15. Het doel was om de administratieve last van overstortvergunningen terug te dringen. Voor een overzicht van alle overstorten wordt verwezen naar de betreffende basisrioleringsplannen. Voor- en nadelen van afkoppelen hemelwater bij gemengde rioolstelsels. Het afkoppelen van hemelwater bij bestaande gemengde rioolstelsels biedt de volgende voordelen: Minder afvoer van hemelwater naar de zuivering die daardoor beter of goedkoper werkt. Minder vaak en minder heftig werken van de riooloverstorten. Verminderde kans op wateroverlast bij extreme buien. Kans tot gebruik van het hemelwater in tuin en/of woning. Kans op aanvulling van het grondwater. Kans tot integrale keuzes gericht op klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit. De keerzijde van de medaille is dat er nadelen zijn: Aanleg van een eventueel extra stelsel voor hemelwater is kostbaar, met name in bestaande gebieden. Er bestaat risico op ontluchtingsproblemen. In sommige situaties risico op grondwateroverlast of schijnspiegels. De weging van de voor- en nadelen kan per situatie verschillend uitpakken. Het is aan de gemeente om hierin gebiedsgericht keuzes te maken. De nadelen spelen minder een rol als wordt gekozen voor afkoppelen van hemelwater op particuliere schaal, dus per kavel. Ook hier geldt dat de gemeente vaak het beste overzicht heeft over de voor- en nadelen. Zowel gemeente als waterschap hebben baat bij afkoppelen en kunnen daarom het beste in samenwerking tot keuzes komen. Keuzes in specifieke projecten en keuzes om bijvoorbeeld particulieren te verleiden tot afkoppelen. Beleid voor wateroverlast bij extreme buien. Rioolstelsels zijn veelal ontworpen voor probleemloze afvoer van hemelwater tot een neerslagintensiteit van ongeveer 20 mm/uur. Dit is voldoende voor alle normale dagen en ook voor de meeste zware en/of langdurige neerslag. Af en toe, vooral bij zomerse donderbuien, komen hogere neerslagintensiteiten voor, tot wel 100 mm/uur. Het is nagenoeg onmogelijk en zeker niet doelmatig om rioolstelsels daarop te dimensioneren. Als zo’n bui (of hevige cel in een bui) slechts enkele minuten duurt is er weinig aan de hand. Het wordt een probleem als het langer aanhoudt. De verwachting is dat door de klimaat­verandering extreme buien vaker voorkomen. Het is geen wettelijke eis dat de gemeente het systeem zodanig ontwerpt dat zo’n bui probleemloos verwerkt kan worden, maar wel een opgave voor de inrichting van de openbare ruimte om overlast en schade te beperken. Deze ambitie is uitgewerkt in de RAS (Regionale Adaptatie Strategie). In de daarbij behorende klimaatstresstest is uitgegaan van een bui van 70 mm in 1 uur tijd. Deze heeft rond het jaar 2050 naar verwachting een kans op voorkomen van eens per 100 jaar. Het belangrijkste kenmerk van dergelijke extreme buien is dat het water niet in de riolering past en dus op straat blijft staan en daar gaat stromen richting lage plekken. Op de lokaal laagste plekken komt alles bijeen en ontstaat overlast en soms ook schade. De nieuwe opgave wordt: het water overal vasthouden, liefst op elke kavel, zodat het nergens te veel wordt, en/of: het water her en der te geleiden naar geschikte laag gelegen plekken. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen dient deze nieuwe opgave mee te spelen. Hemelwaterafvoer wordt steeds meer een bovengrondse aangelegenheid met invloed op de inrichting van de particuliere kavel en de openbare ruimte. In de RAS is door Fluvius het volgende gesteld: Als regio geven we bij kortdurende hevige neerslag prioriteit aan: Begaanbare snelwegen, provinciale wegen en andere hoofdroutes, en daarmee bewoonde gebieden, voor calamiteitenverkeer. Het creëren van bewustwording bij inwoners en ondernemers die weten hoe te handelen bij wateroverlast. Beperkte schade door wateroverlast bij vitale netwerken en objecten. In het RAS staat aangegeven dat gemeenten één en ander buiten de RAS nader uitwerken met lokale afwegingen. Uitwerking van het beleid voor wateroverlast bij extreme buien: De gemeente spreekt van ernstige regenwateroverlast indien één van onderstaande situaties optreedt: Het water maakt het functioneren van vitale netwerken en objecten onmogelijk. Het water stroomt via de straat gebouwen binnen. Water blokkeert de doorgang in verkeersaders, doorgaande wegen en (fiets)tunnels. Water levert langer dan 4 uur hinder op voor het verkeer, inclusief fietsers of voetgangers. Hemelwater (anders dan gewone plassen) blijft langer dan 4 uur op straat staan. Water afkomstig uit het rioleringssysteem blijft langer dan 4 uur in een tuin staan. Het water op straat stinkt en/of bevat toiletpapier en andere visuele verontreinigingen. Putdeksels komen omhoog en leveren gevaarlijke situaties. Naast ernstige overlast kan er sprake zijn van hinderlijke wateroverlast. Voorbeelden hiervan zijn water tussen de trottoirbanden en ondergelopen plantsoenen, achterpaden of tuinen gedurende beperkte tijd. Ernstige hemelwateroverlast vraagt om actie van de gemeente, maar bij hinderlijke wateroverlast is geen actie vereist. De gemeente neemt de volgende uitgangspunten tot beleid, met de aantekening dat het meerdere jaren kan duren voordat bestaande knelpunten worden opgelost vanwege de vaak hoge kosten die ermee gepaard gaan: Bij riolering in bestaand en nieuw bebouwd gebied is de bedoeling dat bui 8 (20mm in 1 uur) via de riolering of andere voorzieningen kan worden afgevoerd zonder water op straat of andere hinder (dus binnen de beoogde kaders van de voorziening). In bebouwde gebieden is de bedoeling dat de stresstest met een bui van T=100 met 70 mm in 1 uur tijd, niet leidt tot ernstige wateroverlast. Als er maatregelen nodig zijn, dan maakt de gemeente een doelmatigheidsafweging. Situaties met mogelijke schade aan of in gebouwen hebben hoge prioriteit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel