Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.4

– Lastenverdeling over generaties en tariefs-egalisatie.

Onderdeel van Riolering en Water Programma – RWP 2023-2028

Het berekenen van de benodigde rioolheffing is in essentie het in balans brengen van de inkomsten en uitgaven. Tussen beide staat de keuze van afschrijven en/of sparen. Deze keuze heeft een dempend effect maar omvat ook een keuze welke generatie profijt heeft van een werk en welke ervoor betaalt. Daarnaast is een demper gewenst als tariefs-egalisatie zodat de heffing niet van jaar tot jaar varieert afhankelijk van de projecten van dat jaar en van eventuele mee- of tegenvallers. In bijgaand kader meer informatie over verdeling van de lasten over huidige en toekomstige generaties: Bijgaande grafiek toont de stand van de voorziening(en) plus eventuele reserve en de boekwaarde van de activa. Populair gezegd: het geld in de portemonnee en de restschuld van de hypotheek van oude investeringen. Het gaat om een voorziening/reserve van 2,11 miljoen euro, versus een boekwaarde van 20,2 miljoen euro, beide waarden per 1 januari 2022. Deze grafiek kan sterk verschillen van gemeente tot gemeente. Sommige hebben vooral schulden, andere vooral spaargeld. Belangrijk is wel om hierbij op te merken dat het totaalplaatje van een gemeente meer omvat dan alleen de riolering. Verdeling van de lasten over huidige en toekomstige generaties: Ten eerste is het mogelijk investeringen langjarig af te schrijven: Investeringen in de riolering voor verbeteringsmaatregelen en rioolvervanging moeten volgens de regels van de BBV worden geactiveerd en langjarig afgeschreven. Afschrijven is op methodische wijze, afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur, ten laste van de exploitatie brengen van kapitaalgoederen. Dit is vergelijkbaar met het aangaan van een lening bij een bank of de eigen organisatie. Het leidt tot spreiding van de lasten over de toekomstige jaren. De afschrijving per jaar kan gaan met de annuïteitenmethode of met lineaire afschrijving. Een kenmerk van lenen is dat rente wordt betaald. Bij 5% rente en lineaire afschrijving over 40 jaar wordt bijvoorbeeld in totaal ongeveer evenveel betaald aan rente als aan afschrijving. Afschrijven heeft als voordeel dat het geld niet vooraf in een spaarvoorziening beschikbaar hoeft te zijn. De kerngedachte van activeren is dat de lasten worden gedragen door de generatie die profijt heeft van de gerealiseerde werken. Elk rioolwerk wordt daarbij gezien als een investering met economisch nut omdat het bijdraagt aan het genereren van middelen met de rioolheffing. Bij het bepalen van de afschrijvingstermijn kijk je naar de verwachte economische levensduur ofwel de toekomstige gebruiksduur. De afschrijvingstermijn is dikwijls korter dan de verwachte technische levensduur. Soms verouderd een riool sneller of wordt een riool voortijdig vervangen vanwege hydraulische capaciteit of aanpak van de openbare ruimte. Meerjarig afschrijven voor een werk legt een soort hypotheek op de volgende generatie. Het is een maatschappelijke afweging of je het systeem met schulden wilt overdragen aan de volgende generatie. Afschrijven veronderstelt dat de maatschappij over tientallen jaren nog in staat is de lasten op te brengen. Ten tweede is het mogelijk te sparen. Sparen kan door vorming van een voorziening, dat is een beschermde spaarpot ten behoeve van een specifiek omschreven doel. Een kanttekening bij de keuze voor een voorziening is dat je vooraf moet aangeven waarvoor de voorziening bedoeld is. De geraamde uitgaven in het RWP lijken een voldoende goede basis voor het opbouwen van een voorziening. Aan het saldo in de voorziening mag rente worden toegekend, mits bij de berekening van benodigde middelen is gerekend met de contante waarde methode, dus met rente en inflatie gedurende de periode dat voor een werk wordt gespaard. De kerngedachte van sparen is dat je zorgt eerst het geld te hebben en het dan pas uit te geven. Sparen heeft als nadeel dat nu al betaald moet worden voor een vervangingspiek die pas later gaat optreden en bovendien onzeker is. Je laat de huidige generatie betalen voor het profijt van de volgende generatie. Ten derde is het mogelijk te werken met het ideaalcomplex of versneld afboeken. Bij het ideaalcomplex wordt gestreefd naar balans tussen de inkomsten en de uitgaven in elk jaar, waarbij investeringen direct worden afgeboekt. Begrotingstechnisch is een voorziening vereist als tussenstap van de investering naar de exploitatie. Deze voorziening wordt tevens gebruikt om de kleine schommelingen tussen de jaren uit te dempen. Het streven is om enerzijds geen rente te betalen en anderzijds niet teveel te sparen. Deze vorm is goed bruikbaar voor activiteiten met een repeterend karakter, zoals veelal het geval is bij het vervangen of renoveren van riolen, gemalen en dergelijke. Het verschilt per gemeente hoe vlak of grillig de investeringslijn in de tijd verloopt. De kerngedachte bij het ideaalcomplex is dat elke generatie het systeem netjes in stand houdt door op te draaien voor het vervangen van versleten onderdelen. Je bekijkt daarbij het gehele rioolstelsel als een samenhangend systeem en niet elk riool als een afzonderlijk werk. Versneld afboeken geeft dezelfde kenmerken als het ideaalcomplex, maar is flexibeler, met name als de investeringen enigszins wisselen in de loop der jaren.

Rechtspraak bij dit artikel