Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.5

– Vormgeving van het tariefsysteem van de rioolheffing.

Onderdeel van Riolering en Water Programma – RWP 2023-2028

Gemeenten hebben vanuit de Gemeentewet – artikel 2.28 de mogelijkheid tot een heffing om de kosten voor de gemeentelijke watertaken te bestrijden. Bijgaand kader schetst enkele wetenswaardigheden rondom de rioolheffing en mogelijke varianten. In gemeente Meppel heeft de rioolheffing de volgende kenmerken: De aard van de belasting is een gecombineerde rioolheffing voor zowel afvalwater alsook hemelwater en grondwater, dus geen gesplitste heffing. De heffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen woningen en niet-woningen. Het gaat om onroerende en roerende zaken met afvoer naar de riolering. De heffing slaat op percelen met directe of indirecte afvoer op de riolering. De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per perceel. Het tarief in 2022 bedraagt € 174,00 Er gelden geen vrijstellingen. Zie de verordening voor de volledige formuleringen. Hierboven is slechts een samenvatting. In het onderzoeksprogramma van dit RWP staat een onderzoek naar de tariefsopbouw en de verordening gepland. Het gaat bijvoorbeeld over de vraag of de rioolheffing voor alle percelen hetzelfde vaste bedrag moet zijn. Of is het rechtvaardiger om eigenaren en gebruikers aan te slaan op de mate van kostenveroorzaking en/of profijt? Achtergrondinformatie bij het tariefsysteem van de rioolheffing. De rioolheffing kan gericht zijn op de eigenaar of de gebruiker van een perceel. Beide worden veel toegepast in Nederland. Sommige heffingsmaatstaven passen beter bij eigenaar, andere juist bij gebruiker. De rioolheffing mag niet worden gebaseerd op inkomen, winst of vermogen. Wel op het profijtbeginsel of het kostenveroorzakingsbeginsel. Verder mag de heffing worden gebruikt ter ondersteuning van beleidsdoelen, mits er geen sprake is van willekeur of onredelijkheid. Redelijke heffingsmaatstaven zijn: een vast bedrag per perceel, bedrag naar waterverbruik, bedrag naar huishoudgrootte, bedrag naar perceelgrootte, bedrag naar verhard oppervlak, bedrag naar WOZ-waarde van het eigendom: Een vast bedrag per perceel is de eenvoudigste heffingsmaatstaf. Het past zowel bij heffing van eigenaren als gebruikers. Een bedrag naar waterverbruik sluit aan bij het profijtbeginsel, want wie veel gebruikt betaalt extra. Het komt ook sympathiek en eerlijk over. Het sluit echter niet aan bij de kostenveroorzaking omdat de kosten voor de riolering nauwelijks worden beïnvloed door de mate van afvalwater. Perceptiekosten zijn hoger doordat informatie van het drinkwaterbedrijf benodigd is. Het past alleen bij een gebruikersheffing. Een bedrag naar huishoudgrootte lijkt impliciet op waterverbruik. Daarnaast doet het recht aan het profijtbeginsel omdat iedereen persoonlijk belang heeft bij de bescherming van de volksgezondheid. Perceptiekosten zijn laag doordat het bevolkingsregister goed op orde is en bij de gemeente. Het past alleen bij een gebruikersheffing. Een bedrag naar perceelgrootte sluit aan bij kostenveroorzaking. Grote percelen leiden tot extra riolering en dus tot extra kosten. Het is eenvoudig en leidt tot weinig perceptiekosten. Het past bij een eigenarenheffing. Een bedrag naar verhard oppervlak. Dit sluit aan bij het kostenveroorzakingsbeginsel. De kosten van de dimensionering van de riolering worden grotendeels bepaald door de hoeveelheid hemelwater en dus door het aangesloten verhard oppervlak. Perceptiekosten hoger doordat extra gegevens benodigd zijn, bijvoorbeeld op basis van luchtfoto’s. Het past vooral bij een eigenarenheffing. Een bedrag naar de WOZ-waarde. Dit sluit aan indirect bij zowel profijt- als kostenveroorzakings­beginsel. De eerste gedachte is dat een kostbaar perceel meer waardevermeerdering heeft door de aansluiting op de riolering. De tweede gedachte is dat hogere kosten vooral worden veroorzaakt door uitgestrekt wonen vanwege extra meters riolering in de weg en door groot wonen vanwege meer verhard oppervlak. Indirect horen uitgestrekt en groot wonen meestal bij een hoge WOZ-waarde. Het past vooral bij eigenarenheffing, maar komt ook voor bij gebruikersheffing. Perceptiekosten zijn laag. Combinaties van genoemde heffingsmaatstaven zijn ook toegestaan, zoals deels van eigenaren en deels van gebruikers, maar het wordt al gauw ingewikkeld en leidt dan tot hogere perceptiekosten. Bij alle heffingsmaatstaven anders dan een vast bedrag is het verstandig een minimum en een maximum te definiëren om disproportionaliteit te voorkomen. Kwijtscheldingsbeleid richt zich op degenen die niet in staat zijn hun rioolheffing te betalen. Dit kan worden bekostigd vanuit een sociale geldstroom bij de gemeente of vanuit de rioolheffing. Het laatste impliceert dat de anderen dan meer moeten betalen. Boekhoudkundig kan het worden genoteerd als kostenpost of als vermindering van de inkomsten. Kwijtschelding komt meer voor bij gebruikers dan bij eigenaren. Vrijstelling van de heffing wordt soms verleend voor garageboxen, ventwagens en religieuze instellingen vanuit praktische of levensbeschouwelijke overwegingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel