De inwoner die opgenomen wordt in een inrichting, kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand in de vaste lasten van de woning die hij achterlaat, als:
hij een periodieke uitkering bijstand voor levensonderhoud ontvangt;
het noodzakelijk is om die woning aan te houden, en
het plan is om binnen zes maanden terug te keren naar de woning.
De inwoner moet ook aan de andere voorwaarden voor bijzondere bijstand voldoen.
Bij een langdurige opname in een inrichting, waarvan bij aanvang de duur nog niet duidelijk is, wordt de bijstandsnorm aangepast volgens artikel 23 van de wet, op de eerste dag van de derde maand volgend op de dag van opname.
Na omzetting van de bijstandsnorm wordt er voor de duur van het verblijf maar voor maximaal zes maanden bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van de vaste lasten: de huur (min eventuele huurtoeslag) en de kosten van vastrecht van nutsvoorzieningen.
Bijvoorbeeld: belanghebbende wordt 4 februari opgenomen. De derde maand na dag van opname is mei. Per eerste van die maand, dus vanaf 1 mei, wordt de bijstandsnorm omgezet naar de inrichtingsnorm. Vanaf dat moment wordt ook bijzondere bijstand verstrekt, voor maximaal zes maanden.
De bijzondere bijstand in de vaste lasten opgeteld met de omgezette bijstandsnorm in verband met verblijf in een inrichting is maximaal gelijk aan de bijstandsnorm die belanghebbende ontving voordat deze werd omgezet.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Doorbetaling vaste lasten bij verblijf in inrichting
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en draagkracht Gemeente Hulst 2023