Woonkosten moet de inwoner uit het maandelijkse inkomen betalen. Soms is dat lastig, omdat de kosten hoog zijn en er geen huurtoeslag mogelijk is. Onder bepaalde voorwaarden kan de inwoner dan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.
Artikel 3.3.1 Woonkostentoeslag bij huur
Voor de huur van een woning kan de inwoner in principe huurtoeslag krijgen. Bijzondere bijstand is daarom meestal niet mogelijk. In drie situaties is dat anders. De gemeente kan bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag verstrekken, als de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen:
over de eerste maand huur; of
omdat de huur te hoog is; of
omdat het jaarinkomen te hoog is.
Artikel 3.3.1.1 Eerste maand huur
Huurtoeslag gaat in op de eerste dag van de maand, als de inwoner op die eerste dag al op dat adres was ingeschreven. Anders gaat de huurtoeslag een maand later in. Als dat het geval is, kan de gemeente bijzondere bijstand verstrekken ter hoogte van de niet ontvangen huurtoeslag over de gebroken eerste maand, vanaf de dag van inschrijving in de Basisregistratie Personen.
Artikel 3.3.1.2 Te hoge huur
Als huurtoeslag niet mogelijk is omdat de huur te hoog is, kan de gemeente bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag verstrekken.
De gemeente berekent de woonkostentoeslag als volgt:
Welke huurtoeslag kan maximaal worden verkregen voor deze woning, met deze huur? Dat bedrag kan als bijzondere bijstand worden verstrekt;
Hoeveel hoger dan de maximale huurgrens voor de huurtoeslag is de huur van deze woning? Voor die hogere huur kan dan ook bijzondere bijstand worden verstrekt.
Beide bedragen worden opgeteld en samen als woonkostentoeslag verstrekt.
Onder ‘huur’ verstaan we de ‘kale’ huur. Dat is de huur die voor de huurtoeslag meetelt. Daarnaast kunnen servicekosten meegenomen worden. Het gaat om de servicekosten waarvoor huurtoeslag kan worden verstrekt. Zie ook: www.toeslagen.nl.
De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal twaalf maanden. De inwoner is in die periode verplicht om:
te zoeken naar goedkopere woonruimte waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag; en
als woningzoekende ingeschreven te staan bij lokale woningcorporaties.
De woonkostentoeslag kan met zes maanden worden verlengd wanneer de inwoner geen goedkopere woonruimte heeft gevonden en de gemeente vindt dat dit de inwoner niet te verwijten is.
Artikel 3.3.1.3 Te hoog jaarinkomen
Wanneer een inwoner een woning huurt die recht geeft op huurtoeslag, maar de inwoner heeft een te hoog jaarinkomen, ontvangt deze geen (maximale) huurtoeslag. Het inkomen is dan hoger dan het genoemde bedrag uit artikel 17, eerste lid, van de Wet op de Huurtoeslag. Het inkomen kan op enig moment op bijstandsniveau zijn, maar door een hoger inkomen in de eerdere maanden, is het jaarinkomen te hoog voor huurtoeslag. In zo’n situatie kan bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag toegekend worden tot januari van het volgende jaar. Per januari van dat volgende jaar zal dan weer recht op maximale huurtoeslag bestaan, omdat het inkomen op bijstandsniveau is. Is dit niet het geval, dan wordt voor maximaal twaalf maanden woonkostentoeslag toegekend.
De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag dat aan huurtoeslag verstrekt zou zijn op basis het actuele inkomen, of – als wel enige huurtoeslag is verstrekt – tussen de huurtoeslag op grond van dat minimum inkomen en de toegekende huurtoeslag.
Artikel 3.3.2 Woonkostentoeslag bij eigen woning
Een inwoner die een eigen huis bewoont kan geen huurtoeslag krijgen. De gemeente kan toch woonkostentoeslag verstrekken als:
het om een woning gaat waarvoor de inwoner huurtoeslag zou kunnen krijgen als die woning gehuurd was, los van de hoogte van de huur, en als
de woonkosten hoger zijn dan de basishuur die voor de woning van de inwoner geldt op grond van de Wet op huurtoeslag. De basishuur is een drempelbedrag. Zijn de woonkosten lager, dan kan geen woonkostentoeslag worden verstrekt.
De gemeente berekent de woonkostentoeslag op dezelfde manier als bij een huurwoning met hoge huur, zie artikel 3.3.1.2. De volgende woonkosten worden daarbij meegeteld:
de kosten van de hypotheekrente en
de zakelijke lasten van de woning, zoals premie opstalverzekering en onroerende zaakbelasting.
Wanneer de gemeente de hoogte van de woonkostentoeslag vaststelt, wordt de teruggave van de inkomstenbelasting (vanwege betaalde hypotheekrente) hiervan afgetrokken.
De gemeente verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal twaalf maanden. De inwoner is in die periode verplicht om:
te zoeken naar goedkopere woonruimte waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag; en
als woningzoekende ingeschreven te staan bij lokale woningcorporaties.
De woonkostentoeslag kan met maximaal zes maanden worden verlengd wanneer de inwoner geen goedkopere woonruimte heeft gevonden en de gemeente vindt dat dit de inwoner niet te verwijten is.
Artikel 3.3.3 Eerste huur, waarborgsom en administratiekosten
Bij verhuizing of eerste huisvesting moet de inwoner vaak extra woonkosten maken, zoals het betalen van een waarborgsom, vooruitbetaling van de eerste huur en administratiekosten. Deze kosten moeten uit het maandelijkse inkomen worden betaald. Deze kosten komen in principe niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. Hiervan kan de gemeente afwijken als de kosten niet voorzienbaar waren en de inwoner niet (of onvoldoende) kon reserveren voor deze kosten. Het niet hebben gereserveerd vanwege schulden ziet de gemeente niet als een bijzondere situatie: in die situatie verstrekt de gemeente geen vergoeding. De gemeente verstrekt bijzondere bijstand voor een waarborgsom als lening. Voor de eerste huur en de administratiekosten verstrekt de gemeente een gift.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Woonkosten
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en draagkracht Gemeente Hulst 2023