Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.4

Inkomens- en vermogenstoets

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2022, gemeente Koggenland

Inkomensgrens Gemeenten kunnen op grond van artikel 35 van de Participatiewet inkomensgrenzen vaststellen. Als het inkomen hoger uitvalt dan de geldende inkomensgrens, moet er een draagkrachtberekening worden gemaakt. In Koggenland geldt voor de meeste kosten een inkomensgrens van 120% van de voor die persoon geldende bijstandsnorm. Van het meerinkomen wordt 35% als draagkracht beschouwd. Uitzonderingen zijn bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering, mentorschap, curatele en voor woonkosten. Voor deze kosten geldt dat de geldende bijstandsnorm de inkomensgrens is en al het meerinkomen draagkracht. Ook de Pluspremie is een uitzondering, hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als voor de individuele inkomenstoeslag, waarvoor een inkomensgrens van 110% geldt en geen draagkracht.4 NB: voor de individuele inkomenstoeslag en collectieve zorgverzekering gelden resp. 110% en 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als inkomensgrens en geen draagkracht. Deze worden hier echter niet genoemd omdat het geen vormen van individuele bijzondere bijstand zijn. Kostendelersnorm Voor de bepaling van het inkomen is de kostendelersnorm, artikel 22 Participatiewet, van toepassing. Vermogensgrens Daarnaast geldt er een vermogensgrens, deze is bepaald in artikel 34 van de Participatiewet. Voor de bepaling van wat meetelt als vermogen, wordt aangesloten bij de ‘beleidsregel vaststellen vermogen’ van WerkSaam Westfriesland.

Rechtspraak bij dit artikel