Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.3

Transparantie, uniformiteit en zekerheid

Onderdeel van Huurbeleid vastgoed

De gemeente wil dat het duidelijk en inzichtelijk is op basis van welke gegevens de huurprijs bepaald is. Vanuit de Wet Markt en Overheid heeft de gemeente in basis de plicht dat de integrale kosten moeten worden doorberekend. Dit betekent dat wordt vastgesteld welke soorten uitgaven onderdeel zijn van de exploitatie van het vastgoed(object) en worden meegenomen in de berekening. Daarmee gaat verkapte subsidie ook tot een verleden behoren en worden kosten begrotingstechnisch en praktisch zuiver aan vastgoedobjecten toegerekend. Daarbij streeft de gemeente ook aan het scheiden van de eigenaars- en de gebruikersuitgaven. Uitgaven die betrekking hebben op het object gebouw (zoals beheer en onderhoud, onroerendezaakbelasting, rioolheffing eigenaarsdeel, waterschapsheffingen etc.) worden door de gemeente als eigenaar gedragen en meegenomen in de kostprijsdekkende huurbepaling. Uitgaven die betrekking hebben op het gebruik (energie, schoonmaak, de afvalstoffenheffing, de zuiveringsheffing, rioolheffing gebruikersdeel, etc.) worden door de gebruiker gedragen4 De gebruiker draagt deze uitgaven zelf of worden eventueel verrekend door middel van servicekosten. en niet meegenomen in de kostprijsdekkende huurbepaling. Ten behoeve van de uniformiteit is het streven om met een huurprijsbepalingssystematiek te werken waarmee de huurprijs in vergelijkbare gevallen op dezelfde manier wordt berekend. Dit wordt bewerkstelligd door het hanteren van één methodiek voor het vaststellen van de huurprijs voor alle typen vastgoed van de gemeente. Het aangaan van een huurovereenkomst betreft veelal een meerjarenverplichting tussen partijen. De gemeente wil dat de huurprijzen in de tijd niet sterkt fluctueren. Dit geeft huurders de zekerheid, en dus ook voorspelbaarheid, over de uitgaven over een langere periode. Dit stelt partijen in de gelegenheid om financiële continuïteit te waarborgen. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de berekeningswijze van de kostprijsdekkende huur.

Rechtspraak bij dit artikel