Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5:

Artikel 10

Criteria voor maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2023

1.. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen; of met gebruikmaking van algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. 2.. Een cliënt met psychische of psychosociale problemen en een cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; of met gebruikmaking van algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 3.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. 4.. Het college kent een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget toe als is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid en tevens is vastgesteld dat: cliënt, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk dan wel zijn vertegenwoordiger, zijn PGB-belangen begrijpt en daarvoor kan opkomen dan wel in staat is te achten om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren; door cliënt is gemotiveerd dat hij een persoonsgebonden budget wenst; de diensten, hulpmiddelen, woonruimteaanpassingen en andere maatregelen die met het persoonsgebonden budget betaald moeten worden veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. 5.. Het college kan een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming verstrekken ten behoeve van vervoerskosten, aanpassing eigen auto, verhuis- en inrichtingskosten en sportvoorzieningen. 6. . Het college stelt nadere regels inzake de aard, inhoud en omvang van de te verstrekken maatwerkvoorzieningen, persoonsgebonden budgetten, de financiële tegemoetkomingen en de toegang daartoe als bedoeld in dit hoofdstuk.

Rechtspraak bij dit artikel