Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5:

Artikel 11

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2023

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat. voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen. voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen. indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan een cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten, of tenzij de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht. voor zover een cliënt aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg op grond van de Wet langdurige zorg, dan wel er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande. indien een belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft getoond. als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie. 2.. Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt: als deze niet langdurig noodzakelijk is. indien de cliënt geen ingezetene is van gemeente Landgraaf. 3.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: indien cliënt niet zijn hoofdverblijf heeft in de woning waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; indien er geen sprake is van beperkingen in het normale gebruik van de woning; voor zover de beperkingen in de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen. ten behoeve van hotels/pensions, woonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. indien de noodzaak tot het treffen van de voorziening het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is. indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. 4.. Geen maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt voor zover de cliënt met een maatwerkvoorziening in natura de beperkingen kan wegnemen. 5.. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt niet verstrekt indien de cliënt niet voldoet aan artikel 8, lid 3, of indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in de nadere regels als bedoeld in artikel 10, vijfde lid van deze Verordening. 6.. Een cliënt kan voor een voorziening voor vervoer in natura of in de vorm van een financiële tegemoetkoming dan wel persoonsgebonden budget in aanmerking worden gebracht wanneer beperkingen, chronische psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van een collectief systeem onmogelijk maken, dan wel een collectief systeem niet aanwezig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel