1.. Bij de benoeming van wethouders stelt de raad overeenkomstig artikel 2.6 lid 1 van dit reglement een commissie in.

2.. Deze onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde, en vierde lid, en 41c, eerste lid van de Gemeentewet.

3.. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

4.. De burgemeester geeft voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat -wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.