Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3

Artikel 6.7

Medewerking aan een schuldregeling

Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven

1.. Naast de bepalingen gesteld in artikel 42 Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 kan het college op verzoek van de debiteur medewerking verlenen aan een schuldregeling, waaronder ook wordt verstaan het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van een vordering indien: a.. de vordering niet is ontstaan door het opzettelijk of door grove schuld niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht; en b.. redelijkerwijs te voorzien is dat degene van wie wordt teruggevorderd niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; en c.. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en d. de vordering van de gemeente tenminste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang; en . e. gebleken is dat binnen een jaar nadat aan debiteur een bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor een vordering, ontstaan als gevolg van schending van de inlichtingenplicht, mits deze ontstaan is vóór 1 januari 2013. 3.. Het besluit tot het geheel of gedeeltelijk afzien van invordering treedt niet in werking voordat een schuldregeling, als bedoeld onder het eerste lid tot stand is gekomen. 4.. Het besluit tot het geheel of gedeeltelijk afzien van invordering wordt ingetrokken of ten nadele van de debiteur gewijzigd indien: a.. niet binnen twaalf maanden, nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling is tot stand gekomen die voldoet aan de eisen zoals bedoeld onder het eerste lid; of b.. de debiteur zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of c.. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; of d.. niet wordt voldaan aan de voorwaarden die aan het afzien van verdere invordering worden verbonden. 5.. Afzien van invordering als bedoeld onder het eerste en tweede lid is niet mogelijk ten aanzien van vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt of geldleningen bij eigen woning als bedoeld in artikel 50 Participatiewet, behoudens voor zover die niet op dat goed of die goederen verhaald kunnen worden.

Rechtspraak bij dit artikel