Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.3

Artikel 6.8

kwijtschelding niet-verwijtbare vordering na verloop van drie jaar

Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven

Ten aanzien van vorderingen welke niet zijn ontstaan als gevolg van schending van een inlichtingenplicht en die niet voortvloeien uit een op grond van Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 verstrekte bijstand kan ambtshalve of op aanvraag van de debiteur kwijtschelding worden verleend indien de debiteur: gedurende drie jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan (dan wel in totaal 36 maanden/ termijnen heeft betaald), waarbij zijn gemiddelde inkomen in die periode de beslagvrije voet passend bij diens leefsituatie en inkomensgroep als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan of overeenkomstig de vastgestelde draagkracht was; gedurende drie jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover eventueel verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of gedurende drie jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of een bedrag in één keer aflost, waarbij dat bedrag naar verwachting evenveel of meer oplevert dan bij een betalingsregeling zoals bedoeld onder lid 1 onder a van dit artikel. Kwijtschelding als bedoeld in het eerste lid vindt niet plaats ten aanzien van vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt of geldleningen bij eigen woning als bedoeld in artikel 50 Participatiewet, behoudens voor zover die niet op dat goed of die goederen verhaald kunnen worden. Ten aanzien van vorderingen op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, welke niet zijn ontstaan als gevolg van schending van een inlichtingenplicht, wordt als termijn 10 jaar gehanteerd.

Rechtspraak bij dit artikel