1.. De kosten voor het bepaalde in artikel 3 onder a t/m d zijn maximaal 75% van de totale uitgaven.

2.. De kosten voor het bepaalde in artikel 3 onder e (onderhoud) zijn maximaal € 500.

3.. De kosten voor het bepaalde in artikel 3 onder f (voorzieningen voor buiteneducatie/onderwijs) zijn maximaal van 10% van de totale uitgaven.

4.. De kosten voor het bepaalde in artikel 3 onder g (kosten van ontwerp) zijn maximaal 8% van de totale uitgaven.

5.. Het totaal van de te verlenen aanvullende investering bedraagt maximaal € 62.500.