1. Het haven-, brug-, lig- en kadegeld wordt geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van de daarbij opgenomen bepalingen.

2. Voor toepassing van de tarieven havengeld:

a. geldt als laadvermogen in tonnen van een vaartuig: het aantal tonnen zoals dat blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;

b. wordt de oppervlakte van een vaartuig gesteld op het product van de lengte en de grootste breedte naar de mal, zoals deze blijken uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;

c. wordt de lengte van een vaartuig gesteld op de lengte over alles, zoals die blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;

d. wordt, in afwijking van het sub a tot en met c bepaalde, het laadvermogen in tonnen, dan wel de grootste breedte en/of de lengte, ter plaatse door opmeting vastgesteld, indien de aldaar genoemde meetbrief niet wordt overgelegd of indien deze de vereiste gegevens niet vermeld;

e. wordt een gedeelte van een eenheid van massa, van oppervlakte, van lengte of van tijdsduur voor een volle eenheid gerekend;

f. wordt de termijn steeds op de kortste van de in de tarieventabel voor het betreffende soort vaartuig ` genoemde termijnen gesteld, tenzij op aanvraag van de belastingplichtige het havengeld over een langere termijn wordt berekend.

g. het havengeld is exclusief 21% BTW.