1.. De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode van maximaal acht boekjaren.

2.. Het college bereidt in overleg met de auditcommissie (als vertegenwoordiging van de raad) de aanbesteding van de accountantscontrole voor.

3.. De auditcommissie (als vertegenwoordiging van de raad) stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het aanbestedingsdocument vast. In het aanbestedingsdocument worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen:

  • - de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties) bij de controle van de jaarrekening;
  • - de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen omvangsbases en goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties);
  • - de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;
  • - de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles;
  • - de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering;

    en voor ieder afzonderlijk te controleren begrotingsjaar:

    De mogelijkheid om een tweetal speerpunten waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden te benoemen;

4.. In aanvulling op bovenstaande kan de auditcommissie (als vertegenwoordiging van de raad) jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant speerpunten voor de jaarrekeningcontrole benoemen.

5.. In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de auditcommissie (als vertegenwoordiging van de raad) voor de selectie van de accountant de selectiecriteria vast en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast.