1.. Recht op de individuele inkomenstoeslag op grond van de wet en deze verordening heeft de belanghebbende die:

  • - langdurig een laag inkomen heeft;
  • - in de referteperiode voorafgaand aan de peildatum geen in aanmerking te nemen vermogen, zoals bedoeld in art 34 van de Participatiewet.
  • - geen zicht heeft op inkomensverbetering.

2.. Het Dagelijks Bestuur stelt bij nadere regeling vast aan welke aanvullende voorwaarden voldaan moet worden om in aanmerking te komen voor de individuele inkomenstoeslag.