Een vergunning voor een seizoenstandplaats kan worden verleend voor een periode van maximaal enkele weken of maanden per jaar en is seizoensgebonden.
Een vergunning voor een seizoenstandplaats wordt verleend voor de aangevraagde periode, met een maximumperiode van 15 jaar.
Ter bescherming van de openbare orde en openbare veiligheid en ter voorkoming van overlast is het aantal seizoenstandplaatsen gelimiteerd. Een vergunning voor een seizoenstandplaats kan alleen worden verleend voor de locaties zoals aangegeven in bijlage 1 van deze nadere regels.
In afwijking van het gestelde in artikel 2, lid b van deze nadere regels is één nieuwe standplaats toegestaan per kern die niet is aangegeven in bijlage 1, mits wordt voldaan aan de specifieke plaatsingsvoorwaarden (artikel 6) en er zich geen weigeringsgronden voordoen (artikel 1:8 APV).
Het college kan voor een seizoenstandplaats een bepaalde branche(s) toekennen of uitsluiten om daarmee het voorzieningenniveau in een kern in stand te laten.
De standplaatsvergunning is persoonsgebonden. De vergunning is niet overdraagbaar. Er kan één andere leidinggevende worden bijgeschreven op de vergunning. De vergunninghouder of leidinggevende is verplicht om persoonlijk aanwezig te zijn op de tijdstippen dat de standplaats wordt ingenomen.
Seizoenstandplaatsen kunnen niet worden ingenomen wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden en/of deze gereserveerd is door een jaarrond standplaats zoals opgenomen in bijlage 1 van deze nadere regels.
Seizoenstandplaatsen kunnen niet worden ingenomen indien er een evenement wordt georganiseerd op de betreffende locatie. Er kan samen met de gemeente gezocht naar een alternatief. Is dat er niet, dan kan geen standplaatsvergunning worden ingenomen.
Op een aanvraag om een vergunning voor een seizoenstandplaats is hoofdstuk 3 van deze nadere regels van toepassing.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3
Seizoenstandplaats
Onderdeel van Nadere regels standplaatsen Súdwest-Fryslân 2022