Een vergunning voor een seizoenstandplaats voor een oliebollenkraam kan worden verleend voor een periode van maximaal 14 aaneengesloten weken, vanaf 1 oktober.
Een vergunning voor een seizoenstandplaats voor een oliebollenkraam wordt verleend voor de aangevraagde periode, met een maximumperiode van 15 jaar.
Ter bescherming van de openbare orde en openbare veiligheid en ter voorkoming van overlast is het aantal seizoenstandplaatsen voor oliebollenkramen gelimiteerd. Een vergunning voor een seizoenstandplaats voor een oliebollenkraam kan alleen worden verleend voor de locaties zoals aangegeven in bijlage 1 van deze nadere regels.
De standplaatsvergunning is persoonsgebonden. De vergunning is niet overdraagbaar. Er kan één andere leidinggevende worden bijgeschreven op de vergunning. De vergunninghouder of leidinggevende is verplicht om persoonlijk aanwezig te zijn op de tijdstippen dat de standplaats wordt ingenomen.
Seizoenstandplaatsen voor een oliebollenkraam kunnen niet worden ingenomen wanneer op de betreffende locatie werkzaamheden plaatsvinden.
Seizoenstandplaatsen voor een oliebollenkraam kunnen niet worden ingenomen indien er een evenement wordt georganiseerd op de betreffende locatie. Er kan samen met de gemeente gezocht naar een alternatief. Is dat er niet, dan kan geen standplaatsvergunning worden ingenomen.
Op een aanvraag om een vergunning voor een seizoenstandplaats voor een oliebollenkraam is hoofdstuk 3 van deze nadere regels van toepassing.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4
Seizoenstandplaats voor een oliebollenkraam
Onderdeel van Nadere regels standplaatsen Súdwest-Fryslân 2022