Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 3.

Artikel 4.12.

Woonkostentoeslag woningeigenaren en verhuisplicht

Onderdeel van Beleidsregels rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2025 gemeente Dantumadiel

Het college kan bijzondere bijstand verlenen in de vorm van een woonkostentoeslag voor bewonen van de eigen woning. De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend op basis van de rekensystematiek van de Wet op de huurtoeslag. De in het eerste lid bedoelde woonkostentoeslag wordt toegekend voor de periode van maximaal 6 maanden en kan na afloop telkens met een jaar worden verlengd indien belanghebbende nog niet over goedkopere woonruimte beschikt en dit hem niet te verwijten valt. Aan deze toekenning wordt aan de belanghebbende met woonkosten hoger dan de maximale huurgrens als bedoeld in artikel 13 Wet op de huurtoeslag, op grond van artikel 55 van de Participatiewet de verplichting opgelegd om binnen een te bepalen periode actief te zoeken naar goedkopere huisvesting. Hierbij wordt in ieder geval verwacht dat belanghebbende: ingeschreven staat als woningzoekende; consequent en adequaat reageert op aangeboden goedkopere huisvesting, ongeacht de aard of de ligging van de woning. De woonkostentoeslag wordt voorlopig toegekend als de hoogte van de teruggaaf inkomstenbelasting en de hoogte van de hypotheekrente nog niet definitief vaststaan. Belanghebbende moet de definitieve aanslag van de Belastingdienst en de jaaropgaaf van de hypotheekverstrekker inleveren zodra hij deze heeft ontvangen. De woonkostentoeslag wordt dan definitief vastgesteld. Te veel verstrekte bijstand wordt teruggevorderd. Bij een hogere definitieve vaststelling vindt een nabetaling plaats. De in het eerste lid bedoelde woonkostentoeslag kan verleend worden voor: de rente die verband houdt met de woning, zoals de hypotheekrente; in afwijking op sub a mogen de hypotheekrente voor leningen anders dan voor de woning, bijvoorbeeld voor een auto of caravan, en de aflossing van de hypotheek niet worden meegeteld; zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom, zoals rioolrechten, eigenaarsdeel waterschapslasten, erfpachtcanon, premies van verzekeringen tegen brand- en stormschade (alleen voor de opstallen) en eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting (dus niet het gebruikersdeel).

Rechtspraak bij dit artikel