Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.9

Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen

Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE DE FRYSKE MARREN 2023

In aanvulling op artikel 4.1 en 4.2 kan een cliënt in aanmerking komen voor een woonvoorziening wanneer: hij aantoonbare beperkingen heeft bij het normaal gebruik van zijn woning, en hij alles heeft gedaan om een geschikte woning te bewonen, en hij zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen, dan wel voor het bezoekbaar maken van een andere woonruimte dan waar de cliënt met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft, als het hoofdverblijf van de cliënt een erkende zorginstelling is, en hij rechtmatig een woonruimte bewoont, geen tijdelijke huurovereenkomst heeft en de woning geschikt is voor permanente bewoning, en de beperkingen niet voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen. In gemeenschappelijke ruimten, met uitzondering van specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen, kunnen alleen onderstaande woonvoorzieningen worden verstrekt: automatische deuropeners; hellingbanen; het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren; aanbrengen van drempelhulpen of vlonders; aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: Als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijke toestemming is gegeven door het college; Als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; Als de voorzieningen in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel