De begripsbepalingen van de AVOI zijn op deze nadere regels van toepassing tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken. In deze nadere regels wordt verstaan onder:

a. bijzondere verharding: waterdoorlatende, waterpasserende, of sierbestrating;

b. dagmaat: de vrije ruimte tussen leidingen;

c. dekking: de afstand van het maaiveld tot de bovenkant van het net;

d. gereedmelding: een melding van de netbeheerder aan het college dat hij zijn werkzaamheden heeft voltooid;

e. gesloten verharding: asfalt, beton, of een open verharding met cementgebonden funderingen;

f. halfverharding: een waterdoorlatende verharding van lichtgebonden materiaal. Halfverharding wordt altijd aangebracht op een waterdoorlatende, ongebonden fundering van menggranulaat;

g. huisaansluiting: één of meer aansluitingen tussen een net en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken;

h. leidingstrook: strook grond die primair is bestemd voor netten;

i. leidingtracé: afgebakende lijn van een kabel of leiding geprojecteerd in de openbare ruimte;

j. lijnafwatering: lijnvormige goten waarin regenwater wordt afgevoerd,

k. melding: melding als bedoeld in artikel 2.1 tweede lid van de AVOI. Het betreft een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard, waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is;

l. open verharding: verhardingen van ongebonden elementen (tegels, klinkers en dergelijke);

m. startmelding: een melding van de netbeheerder aan het college dat hij zijn werkzaamheden gaat aanvangen;

n. werkput: een sleuf of lasgat.