1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een instemmingsbesluit of vergunning van het college werkzaamheden uit te voeren in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden.

2. In afwijking van het eerste lid kan voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard worden volstaan met een door het college goedkeurde melding. Het college kan aan de uitvoering van deze werkzaamheden voorschriften en beperkingen verbinden als bedoeld in artikel 2.5.

3. Het college kan een gebied aanwijzen waarbinnen niet volstaan kan worden met een melding, maar altijd een instemmingsbesluit of vergunning moet worden aangevraagd.

4. Werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk of niet gewenst is, dienen onverwijld te worden gemeld aan het college. Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden.

5. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente bij de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak.

6. Als de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast of gevaar voor de bewoners en/of schade voor de gemeente kan leiden is het college bevoegd een graaf- en breekverbod in te stellen en hierover nadere regels vast te stellen. De termijnen zoals bedoeld in het derde en vierde lid worden automatisch verlengd met de periode van het graaf- en breekverbod. Uiterlijk een dag voor beëindiging van het graaf- en breekverbod, zal het college de betrokken uitvoerende partij(en) hierover informeren.