1. Deze verordening houdt geen gedoogplicht in voor de gemeente met betrekking tot niet-openbare kabels en leidingen.
2. Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van niet-openbare kabels en leidingen in openbare wegen en wateren is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing.
3. Met betrekking tot verzoeken voor het verleggen van niet-openbare kabels en leidingen geldt dat deze, op verzoek van de gemeente, altijd op kosten van de eigenaar van de kabels en leidingen uitgevoerd dienen te worden.