1. Verhuur vindt plaats als er geen sprake is van medegebruik. Verhuur heeft betrekking op instellingen met een commercieel oogmerk.
2. Verhuur geschiedt tegen een commercieel tarief. Voor alle verhuur geldt een algemeen huurbedrag van € 90,00 m2 inclusief btw voor bestaande schoolgebouwen (situaties), het schoolbestuur brengt daarnaast een bedrag voor exploitatie in rekening. Dit bedrag is afhankelijk van de gebruikerssituatie. Bij nieuwbouw is een algemeen geldend huurbedrag van € 130,00 m2 inclusief btw van toepassing. Beide bedragen worden 5-jaarlijks geïndexeerd. Onder nieuwbouw wordt verstaan, de realisatie van ruimten welke door de gemeente worden bekostigd en specifiek worden verhuurd voor commerciële activiteiten.
De gemeente berekent in dat geval de jaarlijkse kapitaallasten van de investering door aan het schoolbestuur.
3. Voor verhuur is in tegenstelling tot medegebruik wel toestemming van het college vereist. Het bevoegd gezag legt bij het verzoek om verhuur aan het college ter beoordeling een concept huurovereenkomst voor waarbij in ieder geval het volgende is opgenomen:
a. het gebouw waar het gebruik door de huurder plaatsvindt;
b. de naam van de huurder;
c. het aantal in huur gegeven ruimten;
d. het aantal vierkante meters dat in huur gegeven wordt;
e. de activiteiten die de huurder uitvoert;
f. de tijdstippen waarop de huur plaatsvindt;
g. de datum vanaf wanneer de huur plaatsvindt;
h. de duur van de huur (maximaal 3 jaar. Verlenging is mogelijk met een termijn van maximaal 3 jaar);
i. bepalingen waarmee schade aan het gebouw en de inventaris voorkomen wordt;
j. bepalingen waaruit blijkt dat de gevolgen van een (voortijdige) opzegging voor rekening van de huurder zijn.
4. Het bevoegd gezag voegt bij de huurovereenkomst een plattegrond toe van het gebouw en arceert daarop de in gebruik gegeven ruimte.
5. Over de periode (maximaal 3 jaar) waarvoor de huurovereenkomst met een kinderopvangorganisatie wordt aangegaan, is het gebouwdeel onttrokken aan de capaciteit ten behoeve van het onderwijs, zoals deze wordt berekend op grond van Bijlage III, Deel A van de Onderwijshuisvestingsverordening ter zake van de beoordeling van de mogelijkheden van medegebruik of van uitbreidingsbehoefte.
6. Toestemming kan worden geweigerd als:
a. de ruimte nodig is voor een andere school en de gemeente van plan is het daarvoor op korte termijn te vorderen;
b. de ruimte gebruikt gaat worden als woon- of bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 290 Boek 7 van het Burgerlijk wetboek;
c. het gebruik van de ruimte zich niet verdraagt met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school.
7. Huurovereenkomsten of huursituaties waarvoor de gemeente aan het schoolbestuur geen toestemming heeft verleend, zijn op grond van de artikel 108, vijfde lid WPO, artikel 106, vijfde lid WEC, nietig.