Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2.10

Maatschappelijke participatie

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2023

a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt Deelnemen aan een maatschappelijke groep (zoals kerk- of adviesraad), doen van vrijwilligerswerk, deelname aan georganiseerde activiteiten (sport, hobby, cursus, etc.), kennis van en betrokkenheid bij voorzieningen/activiteiten in de wijk. b) Gewenst resultaat Vergroting van maatschappelijke participatie naar behoefte van de cliënt. c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen Bijvoorbeeld: met beperkte aansporing initiatief nemen om activiteiten te ondernemen, lid worden van een vereniging, als jongere vrijwilligerswerk gaan doen, etc.. d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk Bijvoorbeeld: (tijdelijke) begeleiding door mantelzorger(s) of anderen uit het netwerk bij de (eerste stappen richting) deelname aan activiteiten. e) Mantelzorgondersteuning Uitbreiding van de maatschappelijke participatie kan mantelzorger(s) ontlasten. f) Algemene voorzieningen Een breed aanbod van vrijetijdsbesteding is beschikbaar: van sportverenigingen, scouting, fitnesscentra, hobbycentra, cursussen (zoals dat van Sterker en de Lindenberg), activiteiten van ouderenbonden, amateurkunst (theater- en muziekverenigingen, koren) tot buurtactiviteiten, Trias en het GVO (zie www.wegwijzer024.nl). g) Maatwerkvoorziening - In principe kan het buurtteam toeleiden naar de algemene voorzieningen, maar soms kan (tijdelijk) een begeleidingstraject nodig zijn om de deelname aan algemene voorzieningen te begeleiden en expertise over te dragen aan de organisatie van de algemene voorziening. - Specifiek voor sportdeelname is het mogelijk om eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten te ontvangen voor een sportvoorziening voor recreatief sportgebruik. - Ondersteuning vindt slechts plaats waar het een aanvaardbare mate van participatie in de directe woon- en leefomgeving betreft. Hiervoor wordt de grens van 25 kilometer gehanteerd. - Beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie op vakantie. Denk bijvoorbeeld aan begeleiding van kinderen, jongeren of volwassenen met een autistische beperking of hulp bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL), zoals wassen, aan-/uitkleden en eten/drinken (verzorging) (met name bij kinderen, bij volwassenen komt verzorging in de meeste gevallen uit de Zvw). Ook hier is maatwerk de oplossing met de volgende aandachtspunten: 1. In principe worden alleen de (extra) begeleiding en/of verzorging vergoed uit de Wmo of Jeugdwet, niet de vakantiekosten zelf. Een indicatie voor de vraag of extra begeleiding/verzorging op vakantie nodig is, is of mensen thuis ook professionele begeleiding of verzorging hebben. In dat geval kunnen ze de begeleiding/verzorging ‘meenemen’ op vakantie, via PGB (afsluiten van zorgovereenkomst met de vakantieorganisatie) of bij Zorg in Natura via onderaannemerschap (de vakantieorganisatie regelt dan e.e.a. met de zorgorganisatie die de begeleiding/verzorging thuis biedt). Extra indicatie voor vakantie is dan niet nodig. 2. Als de vakantie is bedoeld om ouders/gezinnen/mantelzorgers te ontlasten, is er sprake van respijtzorg. De vakantie kan dan onder de noemer ‘kortdurend verblijf’ toegekend worden, mits de begeleiding/verzorging niet ‘meegenomen’ kan worden (punt 1). 3. Kijk in alle gevallen (ook in het geval van respijtzorg) of voorliggende voorzieningen van toepassing kunnen zijn (zoals de Speelweek van het Gespecialiseerd Vormings- en Ontspanningswerk (GVO), een vrijwilligersorganisatie die vrijetijdsbesteding organiseert voor mensen met een verstandelijke beperking). 4. In alle gevallen moet de vakantie (ook) bijdragen aan de doelen uit het begeleidingsplan die gericht zijn op vergroting van de zelf- en samenredzaamheid en participatie. 5. Zie voor een overzicht met mogelijkheden voor vakanties voor kinderen en volwassenen met een beperking de blauwe gids: http://www.deblauwegids.nl/

Rechtspraak bij dit artikel