a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Aanraking met politie, justitie, jeugdreclassering, Bureau Halt, leerplicht (regelmatig/maandelijks, incidenteel/eens per jaar of zelfden tot nooit).
b) Gewenst resultaat
Bijvoorbeeld: voorkomen van recidive.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie.
e) Mantelzorgondersteuning
Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie.
f)en g) Algemene of algemene voorzieningen
Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie.
h) Maatwerkvoorziening
Met het oog op de re-integratie in de samenleving en in het kader van het nazorgtraject van gedetineerden kan een begeleidingstraject nodig zijn. Op het onderscheid tussen Wmo 2015 en de forensische zorg (geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg of VG-zorg die verleend wordt in een strafrechtelijk kader) is het volgende van toepassing:
de indicatie van een cliënt die al een Wmo-indicatie heeft, blijft van kracht als deze cliënt forensische zorg opgelegd krijgt;
het college indiceert niet voor Wmo-ondersteuning bij wie forensische zorg is opgelegd en die tijdens de tenuitvoerlegging van de forensische zorg een aanvraag doet voor Wmo-ondersteuning. De forensische zorg voorziet in de zorgbehoefte.
Bij een jeugdreclasseringmaatregel kan ook jeugdhulp (bijvoorbeeld jeugd-ggz) worden ingezet. In een aantal gevallen vloeit de jeugdhulp direct voort uit de strafrechtelijke beslissing. Ook kan de gecertificeerde instelling bepalen dat (aanvullende) jeugdhulp nodig is. De gemeente en de gecertificeerde instelling hebben hierover overleg, zoals vastgelegd is in de contractafspraken met de GI, voorvloeiend uit de bovenregionale afspraken van de Gelderse Verbeteragenda (www.gjvb.nl).
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2.11
Justitie
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2023