Binnen de Wmo en de Jw zijn aanbieders betrokken om aan inwoners zorg en ondersteuning in brede zin aan te bieden. Dat kan zijn zorg in natura (ZiN) of via een persoonsgebonden budget (pgb).
Binnen de Wmo heeft de gemeente de wettelijke plicht een toezichthouder aan te stellen (artikel 6.1 lid 1 Wmo). Deze ziet toe op de naleving van de wet en op de kwaliteit van de zorgaanbieders. Aanbieders dienen ondersteuning van goede kwaliteit te leveren (artikel 3.1 Wmo). De toezichthouder Wmo2015 heeft bepaalde verplichtingen en bevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 5:11 t/m 5:20 Awb). Aanbieders zijn verplicht om calamiteiten of geweld te melden aan de toezichthouder Wmo (artikel 3.4 lid 1 Wmo). Organisaties zijn verplicht om mee te werken aan onderzoek (artikel 5:20 Awb).
Binnen de Jw is geregeld dat toezicht op kwaliteit en naleving van de wet bij de samenwerkende jeugdinspecties is ondergebracht (artikelen 9.1 en 9.2 Jw). Deze bestaan uit de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ i.o.) en de Inspectie Veiligheid en Justitie (IVenJ). Aanbieders zijn verplicht om calamiteiten of geweld te melden aan de toezichthoudende rijksinspecties (artikel 4.1.8 Jw). Organisaties zijn verplicht om mee te werken aan onderzoek (artikel 5:20 Awb).
De gemeente kan onrechtmatigheden bij aanbieders ook privaatrechtelijk voorkomen en bestrijden via contractbeheer en uiteraard door – bij slechte ervaringen – contracten niet meer voort te zetten. Binnen de Wmo zijn gemeenten hier zelf verantwoordelijk voor; binnen de Jw worden signalen door gemeenten doorgegeven aan SDF3Sociaal Domein Fryslân, die vervolgens de contracten opnieuw beziet.