Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Grondstromenbeleid op basis van zone-indeling

Onderdeel van Nota bodembeheer gemeente Leusden

Toepassing van grond binnen het generieke kader In het generieke kader wordt de toepassingseis, die aangeeft welke kwaliteit grond mag worden toegepast, bepaald op basis van de bodemkwaliteit van de toe te passen grond en bodemzoneringskaart. Hierbij is de strengste eis leidend. De generieke toepassingseis vertaald naar de 3 zones die in de gemeente Leusden worden onderscheiden en de niet gezoneerde gebieden, levert de onderstaande tabel op. Tabel 4.1: Totaaloverzicht bodemfunctieklassen, ontgravingsklassen en toepassingsklassen conform het generieke kader Bodemkwaliteitszone Indeling in bodemkwaliteit volgens: Bodemfunctieklassekaart Ontgravingskaart (Bodemkwaliteitsklasse) Toepassingskaart (Toepassingseis) bovengrond (0,0-0,5 m-mv) B1 Landbouw/natuur Klasse AW2000 Klasse AW2000 B2 Wonen Klasse AW2000 Klasse AW2000 B3 Industrie Klasse AW2000 Klasse AW2000 niet gezoneerd Landbouw/natuur Niet gezoneerd Klasse AW2000 ondergrond (0,5-2,0 m-mv) O1 Landbouw/natuur Klasse AW2000 Klasse AW2000 O2 Wonen Klasse AW2000 Klasse AW2000 O3 Industrie Klasse AW2000 Klasse AW2000 niet gezoneerd Landbouw/natuur Niet gezoneerd Klasse AW2000 Tabel 4.2 laat in de vorm van een grondstromenmatrix zien welke verplaatsingen van grond tussen de bodemkwaliteitszones zijn toegestaan. Tabel 4.2: Grondstromenmatrix (generiek) Toepassing van grond binnen het gebiedsspecifieke kader De gebiedsspecifieke toepassingsvoorwaarden voor grond gelden alleen voor grond die binnen het beheergebied is ontgraven. Door onder voorwaarden toe te staan dat een schoon woongebied of industrieterrein wordt opgehoogd met grond uit respectievelijk (maximaal) kwaliteitsklasse Wonen en Industrie, verruimt de gemeente Leusden de mogelijkheden voor het grondverzet. Het gevolg van deze handelwijze is dat op sommige plaatsen binnen het beheergebied de bodemkwaliteit iets verslechtert terwijl op de plaats van herkomst verbetering optreedt. Zo wordt invulling gegeven aan het principe van stand-still op beheergebiedniveau. Tabel 4.3 en kaartbijlage 4 geven de toepassingsmogelijkheden in dit gebiedsspecifieke kader weer. Tabel 4.3: Totaaloverzicht bodemfunctieklassen, ontgravingsklassen en toepassingsklassen conform het gebiedsspecifieke beleidskader voor stoffen uit het standaard pakket Bodemkwaliteitszone Indeling in bodemkwaliteit volgens: Bodemfunctieklassekaart Ontgravingskaart (Bodemkwaliteitsklasse) Toepassingskaart (Toepassingseis) bovengrond (0,0-0,5 m-mv) B1 Landbouw/natuur Klasse AW2000 Klasse AW2000 B2 Wonen Klasse AW2000 Klasse Wonen1) B3 Industrie Klasse AW2000 Klasse Industrie1) niet gezoneerd Landbouw/natuur Niet gezoneerd Klasse AW2000 ondergrond (0,5-2,0 m-mv) O1 Landbouw/natuur Klasse AW2000 Klasse AW2000 O2 Wonen Klasse AW2000 Klasse Wonen1) O3 Industrie Klasse AW2000 Klasse Industrie1) niet gezoneerd Landbouw/natuur Niet gezoneerd Klasse AW2000 mogelijk onder gebiedsspecifieke voorwaarde Toepassing van grond met een slechtere kwaliteitsklasse in woongebieden en op bedrijfsterreinen is alleen toegestaan als: de toepassing plaatsvindt met grond die binnen de gemeentegrens is vrijgekomen; de toepassing niet plaatsvindt op gevoelige gebruiksfuncties binnen woongebied of een bedrijfs-/industrieterrein zoals bedrijfswoningen, speelplaatsen en tuinen (zie par. 4.3, ad. 2); de kans op functiewijziging naar een risicogevoeliger bodemgebruik in de toekomst klein is; de toepassing integraal en aaneengesloten plaatsvindt; de toepassing functioneel is. Dat wil zeggen niet van grotere omvang dan voor het doel van de toepassing nodig is. De RUD Utrecht toetst per voorgenomen toepassing of aan deze voorwaarden wordt voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel