1. De auditcommissie is bevoegd gevraagd of (indien nodig geacht) ongevraagd over de in artikel 4 genoemde taken voorstellen en/of adviezen voor te bereiden ten behoeve van politieke oordeelsvorming en besluitvorming door de raad.

2. In het kader van de uitoefening van haar in artikel 4 bedoelde taken is de auditcommissie bevoegd nadere informatie in te winnen bij en te overleggen met

a. het college;

b. de rekenkamer;

c. de accountant.

3. De auditcommissie kan advies inwinnen bij een extern deskundige.