Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7

Artikel 7.2

Eenzijdige zorgbeëindiging

Onderdeel van Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2023

Voor de aanbieder van maatschappelijke opvang en het beschermd wonen geldt een maximale inspanningsverplichting voor de levering van adequate ondersteuning/zorg. Hieronder wordt verstaan: de inspanningen binnen de eigen organisatie, het organiseren van een passend ondersteuningsaanbod in de vorm van overbruggingsondersteuning of alternatieve ondersteuning bij een andere aanbieder. In uitzonderlijke situaties, kan het voorkomen dat een aanbieder geen mogelijkheden meer ziet tot het bieden van passende zorg (intern of extern) en voornemens is de zorg eenzijdig te beëindigen. Het beëindigen is alleen mogelijk om zwaarwegende redenen en slechts onder bijzondere omstandigheden. Eenzijdige zorgbeëindiging door aanbieder Van eenzijdige zorgbeëindiging door de aanbieder is sprake als de ingezette zorg door de aanbieder wordt stopgezet, zonder verzoek van de cliënt daartoe, terwijl de zorgvraag nog actueel en/of noodzakelijk is. Voorbeelden van zwaarwegende redenen zijn: een ernstige mate van bedreiging of intimidatie die de situatie onwerkbaar maakt; extreem fysiek en/of verbaal geweld door cliënt; de persoonlijke veiligheid of de vrijheid van de zorgverlener of medecliënten is in gevaar. Deze situatie kan ontstaan vanuit de cliënt maar ook vanuit de omgeving van de cliënt; een onherstelbaar verstoorde vertrouwensrelatie; hygiënische omstandigheden die ernstige gezondheidsrisico’s opleveren voor de zorgverlener; het niet nakomen van essentiële verplichtingen of regels, ook niet na herhaaldelijk (schriftelijk) aandringen of waarschuwen door de aanbieder; cliënt is niet gemotiveerd en onttrekt zich volledig aan het traject, waardoor de ondersteuning of het beschermd wonen geen effect of meerwaarde heeft. Het college zorgt middels contractvoorwaarden en afspraken met de aanbieders voor een zorgvuldige procedure rondom de eenzijdige zorgbeëindiging. Hierbij is minimaal sprake van: cliënt is herhaaldelijk gewaarschuwd, zowel mondeling als schriftelijk; en er is voldoende onderzocht of de cliënt op andere wijze passende opvang geboden kan worden; en er is een laatste waarschuwing gegeven, ook schriftelijk, met de consequenties; en het voornemen tot eenzijdige zorgbeëindiging is tijdig mondeling en schriftelijk aan de cliënt medegedeeld; en er wordt overbruggingszorg ingezet tot een andere aanbieder is gevonden; en er vindt een zorgvuldige overdracht aan de nieuwe aanbieder plaats. Het college beoordeelt het verzoek tot eenzijdige zorgbeëindiging na hoor- en wederhoor met de cliënt te hebben aangeboden. Indien het college middels beschikking akkoord gaat met de eenzijdige zorgbeëindiging neemt ze contact op met de cliënt om af te stemmen welke vervolgstappen moeten worden ondernomen. Binnen de maatschappelijke opvang wordt hierbij het advies van de veldregisseur (vanuit de GGD) betrokken. Eenzijdige zorgbeëindiging door de cliënt Van eenzijdige zorgbeëindiging door de cliënt is sprake wanneer de cliënt de ingezette ondersteuning stopzet, tegen de visie van de aanbieder. De aanbieder is van mening dat de ondersteuningsbehoefte beschermd wonen of de maatschappelijke opvang nog bestaat. De redenen voor eenzijdige zorgbeëindiging zijn bijvoorbeeld: De cliënt voelt zich niet prettig bij de hulpverlener. De vertrouwensrelatie is ernstig verstoord. De cliënt ervaart geen toegevoegde waarde van verdere ondersteuning. De geleverde ondersteuning voldoet niet aan de ondersteuningsvraag. Einde van de indicatie Onverminderd het gestelde in artikel 2.3.10 van de Wmo en het bepaalde in hoofdstuk 11 van de Verordening kan een indicatie voor maatschappelijke opvang of beschermd wonen worden beëindigd indien: de afwezigheid van een cliënt op een beschermd wonen of opvangplek langer dan zes maanden duurt als gevolg van detentie; de cliënt uit beeld verdwijnt; cliënt structureel de geboden ondersteuning weigert waardoor de voorziening niet doelmatig en doeltreffend kan zijn conform artikel 3.1 van de Wmo.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel