1.. Particuliere urnengraven worden uitgegeven voor een periode van 10 of 25 jaar, met de mogelijkheid de termijn telkens te verlengen met 5, 10, 15 en 20 jaar, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

2.. Particuliere urnengraven worden onderverdeeld in:

  • - graven met een breedte van 0,75 meter en een lengte van 0,75 meter, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste 3 asbussen of 3 verstrooiingen in het graf;
  • - graven met een breedte van 1 meter en een lengte van 2 meter, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste 6 asbussen of 6 verstrooiingen in het graf.

3.. De in het tweede lid onder a bedoelde urnengraven worden uitgegeven in een door de directeur aangegeven volgorde op de urnenheuvel op afdeling 31 van begraafplaats Rusthof.

4.. Particuliere urnennissen worden uitgegeven voor een periode van 5 jaar, met de mogelijkheid de termijn telkens te verlengen met 5 jaar, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. Deze nissen zijn bestemd voor het plaatsen van maximaal 2 asbussen.

5.. Particuliere kinder-urnennissen worden uitgegeven voor een tijd van 5 jaar, met de mogelijkheid de termijn telkens te verlengen met 5 jaar, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. Deze nissen zijn bestemd voor het daarin bijzetten van 1 asbus.

6.. In niet afgesloten of met transparant glas afgesloten urnennissen dient een sierurn geplaatst te worden.

7.. Plaatsen in de urnentuin zijn bestemd voor het bijzetten van ten hoogste 2 asbussen in een urnenzuil of een enkele asbus in sierurn en kunnen worden gehuurd voor telkens 5 jaar.

8.. Op aanvraag van de nabestaande die een asbus in beheer heeft, kan het college toestemming verlenen voor asverstrooiing op een namens het college aan te wijzen plek op begraafplaats Rusthof.

9.. Asverstrooiing vindt niet plaats als er sprake is van de volgende omstandigheden:

  • - als de grond bevroren is;
  • - bij harde wind;
  • - op sneeuw.

10.. As uit een asbus dient verstrooid te worden onder toezicht van een medewerker van de begraafplaats en moet worden uitgevoerd met behulp van een as-verstrooiingsapparaat.

11.. Op de plek van een incidentele asverstrooiing mag geen blijvend herdenkingsteken in welke vorm dan ook worden geplaatst of in of aan een boom worden opgehangen of bevestigd.