1.. In afwijking van artikel 19, tweede lid, van de Asv wordt de subsidie binnen 6 maanden na afloop van het boekjaar ambtshalve vastgesteld.

2.. De subsidieontvanger toont op verzoek van het college aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht, dat de in de aanvraag opgevoerde kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

3.. Indien toepassing gegeven wordt aan het tweede lid, kan het college de in het eerste lid genoemde termijn met maximaal 3 maanden verlengen.

4.. De subsidie wordt vastgesteld op ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.