In aanvulling op artikel 10, tweede lid, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:

  • - kosten van activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden gedekt uit de opbrengsten die met de activiteiten verband houden;
  • - kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen;
  • - kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager;
  • - kosten gemaakt na beëindiging van activiteiten met uitzondering van accountantskosten;
  • - kosten van in natura geleverde diensten en goederen door derden;
  • - kosten van gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht;
  • - fooien, geschenken, gratificaties en bonussen;
  • - kosten betaald aan vrijwilligers, met uitzondering van vergoedingen voor werkelijk gemaakte onkosten.
  • - reis- en verblijfkosten, tenzij die aantoonbaar toe te rekenen zijn aan het project;
  • - aankoop van (audiovisuele) apparatuur;
  • - structurele kosten, zoals maandelijkse huurlasten, telefoonabonnementen;
  • - de kosten voor de uitgave van een boek;
  • - onvoorziene kosten die meer dan 5% van de totale begroting zijn.