Het college beslist afwijzend op de aanvraag als:

  • - aannemelijk is dat het journalistieke project of product ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden gerealiseerd;
  • - het journalistieke project of product in opdracht van een derde wordt uitgevoerd en/of een wervend karakter heeft;
  • - de activiteit is gericht op het voortbrengen van journalistiek product dat de promotie van of reclame voor een product of dienst ten doel heeft;
  • - er sprake is van een journalistiek project of product dat een benefiet- of ledenwervingsdoelstelling heeft;
  • - er sprake is van een journalistiek project of product waarvan de inhoud, waar deze van politieke, religieuze of levensbeschouwelijke aard is, niet objectief en onafhankelijk is;
  • - er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld en/of de gelden niet doelmatig en doeltreffend besteed zullen worden;
  • - voor een inhoudelijk gelijksoortig project drie keer achtereenvolgens door het college subsidie is verleend;
  • - de productie van vakliteratuur betreft;
  • - deze, wat betreft de toetsingscriteria in artikel 10, tweede lid, onder a, , niet op ieder van deze criteria ten minste 6 punten heeft behaald;
  • - het project al heeft plaatsgevonden of voor een belangrijk deel al is opgestart, voordat er subsidie is verleend;
  • - aanvrager geen mondelinge presentatie van zijn aanvraag geeft.