Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.5

Sanctiestrategie

Onderdeel van Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2023

Wij zijn een handhavingsorganisatie. Als handhavingsorganisatie geldt de beginselplicht tot handhaven. Uitgangspunt daarin is om de overtreding weg te nemen en/of om herhaling in de toekomst te voorkomen. Dat betekent dat dus niet direct strafrecht toegepast dient te worden. Handhaven is maatwerk en per overtreding dient daarom een gedegen afweging gemaakt te worden. Om deze afweging te structureren is door het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Openbaar Ministerie (OM) de landelijke handhavingsstrategie (hierna: LHS) ontwikkeld. Deze strategie dient het doel om een uniforme toepassing van sancties te borgen door passend te interveniëren bij iedere bevinding. Naast de corrigerende en straffende werking, kent de sanctiestrategie ook een preventieve rol (zie ook hiervoor) Classificeren overtreding De LHS bestaat uit een interventiematrix waarin aan de hand van twee elementen de overtreding wordt ‘geclassificeerd’. Hiermee kan de handhavingsinstantie gericht en effectief tot een selectie van handhavingsinstrumenten komen. Hieronder worden beide elementen toegelicht. Mogelijke gevolgen overtreding Een overtreding kan een negatief effect met zich meebrengen. De ernst (= de mate van gevolgen) van de overtreding is daarom bepalend in de wijze waarop wordt gehandhaafd. Gedrag van de overtreder Indien een overtreding grote gevolgen met zich meebrengt, is overgaan tot strafrechtelijk handhaven niet altijd het meest geschikte instrument. Niet elke overtreding moet met harde hand gestraft worden. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat de overtreder zich niet bewust is van de geldende regels. Het is dus van belang om te kijken naar het gedrag van de overtreder. Dit element blijft voor de handhavingsjurist lastig inschatten. Een handhavingsjurist heeft immers niet van elke overtreder inzichtelijk hoe en waarom hij handelt. Stapsgewijs toepassen LHS Beide elementen (mogelijke gevolgen en gedrag van de overtreder) zijn maatgevend in het toepassen van instrumenten voor handhaven. Dit is in de LHS in een matrix uiteengezet. Deze is op de volgende pagina weergegeven. Aan de hand van vijf stappen kan de handhavingsjurist de positie (segment) in de matrix bepalen en conform dat segment handelen. Stap 1: positionering bevinding in de interventiematrix De handhavingsjurist beoordeelt de (mogelijke) gevolgen van de overtreding voor milieu, water, natuur, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie door in de interventiematrix een segment te selecteren. Vervolgens doet de handhavingsjurist dit ook voor het tweede element: gedrag van de overtreder. Hierdoor wordt de positie in de interventiematrix bepaald. Indien de handhavingsjurist niet in staat is om het gedrag van de overtreder te typeren, dan is typering B (onverschillig/reactief) het vertrekpunt. Stap 2: bepalen verzwarende aspecten Na het positioneren in de interventiematrix dient de handhavingsjurist de verzwarende aspecten te beoordelen. Het gaat hier om de toets aan zeven criteria om naast bestuursrechtelijk optreden ook eventueel strafrechtelijk handhaven in te stellen. De volgende tabel geeft de criteria weer. Verzwarende aspecten Toelichting Verkregen financieel voordeel (winst of besparing) De overtreder heeft door zijn handelen financieel voordeel behaald of financieel voordeel halen als doel. Status verdachte / voorbeeldfunctie De overtreder is een regionaal of landelijk maatschappelijk aansprekende of bekende (rechts)persoon (b.v. overheid, openbaar ambt, toonaangevende branche). Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect Een bestuurlijke boete kan waarschijnlijk niet geïnd worden of is waarschijnlijk door de overtreder als (bedrijfs)kosten ingecalculeerd. Combinatie met andere relevante delicten Andere handelingen zijn gepleegd ter verhulling van de feiten, zoals valsheid in geschrift, corruptie of witwassen. Medewerking van deskundige derden De overtreder is bij zijn handelen ondersteund door deskundige derden, zoals vergunningverlenende of certificerende instellingen, keuringsinstanties en brancheorganisaties. Normbevestiging Het doel van de handhaving ligt in het onder de aandacht brengen van het belang van een bepaalde norm bij de branche of bij het bredere publiek. Waarheidsvinding Indien strafrechtelijk optreden met toepassing van opsporingsbevoegdheden met het oog op de strafrechtelijke waarheidsbevinding en afdoening aangewezen zijn. Stap 3: afstemming over toepassing handhaafinstrument De handhavingsjurist bepaalt of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van politie en OM met het bestuur over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht conform de interventiematrix aan de orde is. Stap 4: optreden met de interventiematrix De LHS gaat uit van het principe zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. De handhavingsjurist gebruikt de interventiematrix als volgt: De handhavingsjurist kijkt naar de interventies in het segment van deze interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 heeft gepositioneerd. De handhavingsjurist kiest voor de minst zware (combinatie) van de in het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de handhavingsjurist motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(s) in de betreffende situatie passender is. Stap 5: vastlegging De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd volgens de binnen de handhavingsinstantie geldende administratieprocedures en –systemen, zodanig dat hieruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan: het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het verbod van misbruik van bevoegdheid. Voor de gemeente De Bilt betekent dit concreet dat in de herstelsancties een paragraaf wordt gewijd aan de toepassing van de LHS. Het toepassen van de LHS leidt tot afgestemd en effectief bestuurs- en/of strafrechtelijk handelen. Toelichting interventies Om eventuele ongelijkheid van interpretatie van een aantal interventies te voorkomen en om de sanctionering naar aanleiding van overtredingen zoveel mogelijk gelijk te trekken wordt hierna de volgende toelichting opgenomen als aanvulling op de LHS. Herstelsancties Het opleggen van een last onder dwangsom (LOD) of een last onder bestuursdwang (LOB) gebeurt volgens zorgvuldig te volgen stappen. Binnen het werkgebied van de gemeente gelden bij de interventie middels een LOD en LOB de volgende stappen: Bestuurlijke waarschuwing; dit is een voornemen om een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang op te leggen. In het voornemen wordt geen hersteltermijn opgenomen maar enkel een termijn genoemd om zienswijzen bekend te maken. Sanctiebeschikking, dat wil zeggen het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Verbeuren dwangsom of uitvoeren bestuursdwang. In de hiervoor genoemde bestuurlijke waarschuwing wordt, anders dan hetgeen in Bijlage 2 van Landelijke Handhavingstrategie is opgenomen, geen hersteltermijn opgenomen teneinde de overtreding niet langer te laten voortbestaan en vanwege het uniformeren van de praktijk met het oog op de strategieën van overige handhavende instanties (gemeenten) binnen de provincie Utrecht. Er kan wel, als gevolg van de ingediende zienswijzen, aanleiding bestaan voor een (extra) controlemoment voordat er overgegaan wordt tot het definitief opleggen van de last onder dwangsom of de last onder bestuursdwang. Redenen hiervoor kunnen zijn bijvoorbeeld het reeds ongedaan maken van de overtreding door de overtreder of onduidelijkheid over het (nog voort)bestaan van de overtreding. Proces-verbaal (PV) Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden. Een PV is de basis voor het verdere optreden van het Openbaar Ministerie dat kan leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, publicatie van het vonnis, stillegging van de onderneming en verbeurdverklaring. Het doen van aangifte bij het Openbaar Ministerie is standaard als toezichthouders de volgende ernstige bevindingen doen: Situaties waarin bewust het toezicht onmogelijk wordt gemaakt, zoals het weigeren van toegang, intimidatie, geweldsdreiging, fraude, vernietiging van bewijs en poging tot omkoping. Situaties waarin de toezichthouder constateert dat er opzettelijk mensen in gevaar worden gebracht, door onder andere: sabotage, vernieling of het bewust verstrekken van verkeerde informatie. Richtlijn dwangsombedragen en termijnen Voor het bepalen van aard en hoogte van dwangsommen en van (begunstigings)termijnen geldt een vaste richtlijn. In dit verband verwijzen wij naar de Richtlijn dwangsombedragen en termijnen (zie bijlage 3). Dit bevat een weergave van de in de praktijk veelal toegepaste dwangsombedragen en termijnen bij divers veelvoorkomende overtredingen op het omgevingsgebied. De richtlijn is ontwikkeld om binnen de regio op een uniforme wijze op treden bij het hanteren van dwangsombedragen en termijnen voor eenzelfde soort overtredingen. Een uniforme aanpak draagt bij aan een gelijk speelveld voor bedrijven, burgers en betrokkenen. Handhaving eigen organisatie Binnen de gemeentelijke organisatie kan het voorkomen dat niet of onvoldoende wordt afgestemd over de benodigde toestemmingen voor bepaalde projecten. De overheid kan derhalve ook overtredingen van wet- of regelgeving begaan. Handhavend optreden is dan in principe geboden, maar dit gebeurt niet strikt conform voornoemde LHS. In geval van overtredingen door de eigen organisatie, wordt in eerste instantie altijd gekozen voor het (bestuurlijk) gesprek waarin de betrokken projectleider aangesproken en geïnformeerd wordt over de overtreding en over hetgeen hij kan (laten) doen om deze te beëindigen. Over het algemeen leidt dit tot het gewenste herstel van de rechtsorde, zodat verdere escalatie achterwege kan blijven. In het uitzonderlijke geval dat om ambtelijk niveau niet tot beëindiging van de overtreding wordt gekomen, wordt opgeschaald conform de organisatorische afspraken. In principe is de escalatieladder dan de volgende: kwartiermakers --> directie --> bestuur. Inzet is en blijft om tot het ongedaan maken van de overtreding te komen.

Rechtspraak bij dit artikel