Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.4

ROOD VOOR GROEN – ONTWIKKELING VAN EEN NIEUW LANDGOED

Onderdeel van Beleidsregels Gids Buitenkans

HOOFDLIJN ONTWIKKELING NIEUW LANDGOED De uitgangssituatie is een aaneengesloten landbouwgebied van tenminste 10 ha. Een nieuw landgoed bestaat uit een groot nieuw hoofdgebouw en een natuurgebied. Daarnaast kan een deel van het landgoed landbouwgrond blijven. Een deel van het landgoed wordt opengesteld. Het nieuwe landgoed moet goed in het landschap worden ingepast en bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Hiervoor moet een landschapsplan worden gemaakt. De regels uit Natuurschoonwet voor o.a. rangschikking zijn leidend. Alle afspraken over de toepassing van de regeling worden opgenomen in een Rood voor Groen-overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. De Visie Landelijk gebied heeft niet alleen tot doel bestaande landgoederen in stand te houden en kwaliteit te verbeteren maar schept ook de mogelijkheid om een nieuw landgoed te ontwikkelen. De gemeente biedt deze ruimte onder de voorwaarde dat het landgoed een positieve bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en aan de realisering van natuur-, landschaps- en recreatieve doelstellingen. Vanwege die impuls in de groene kwaliteiten heet de regeling Rood voor Groen. Voor het stichten van een nieuw landgoed gelden de volgende punten: Minimaal 10 ha aaneengesloten landbouwgrond wordt omgezet naar de landgoedstatus (= rangschikking onder de Natuurschoonwet). Het moet gaan om landbouwgrond die op het tijdstip van de aanvraag niet al onder de Natuurschoonwet is gerangschikt. De Natuurschoonwet geeft regels welke gronden meetellen voor de berekening van het aantal hectaren. Het gaat bijvoorbeeld om de minimale oppervlakten van houtwallen, houtsingels, solitaire bomen, bosjes en wateren. Het aaneengesloten zijn van landbouwgronden wordt niet verhinderd door wegen, spoorlijnen en beken, zoals in de Natuurschoonwet is beschreven. Grond die al een keer in aanmerking is genomen voor het verlenen van toestemming voor de aanleg van een nieuw landgoed, kan niet nog een keer worden ingebracht bij een verzoek voor een nieuw landgoed. Nieuwe landgoederen moeten voldoen aan de eisen die de Natuurschoonwet stelt voor rangschikking. Dit betekent dat minimaal 30% van de ingebrachte landbouwgrond ten tijde van de rangschikking over voldoende natuurlijke kwaliteit beschikt en ook in het bestemmings-/omgevingsplan de bestemming Natuur krijgt. Het landgoed (of een deel daarvan) is opengesteld volgens de richtlijnen van de Natuurschoonwet. Aan het nieuwe landgoed kan nieuwe bebouwing worden toegevoegd. Het gaat om een bouwrecht voor een hoofdgebouw van minimaal 1000 m³ en maximaal 1500 m³, met daarbij een bijgebouw met een maximaal oppervlakte van 100 m². Het bijgebouw heeft een maximale inhoudsmaat van 500 m³. Een beheergebouw is inbegrepen bij het maximaal toegestaan m³ aan bijgebouwen. De oppervlakte van het erf rond de gebouwen is ten hoogste 1 ha. De bebouwing mag de identiteit van het gebied niet verstoren en de waarden van landschap, natuur, toegankelijkheid en beleving moeten worden versterkt. Hiervoor moet een landschapsplan worden gemaakt met de inrichting van het hele landgoed. De maatschappelijke meerwaarde en het publieke belang van het nieuwe landgoed komt tot uiting in een aantal van de volgende aspecten: De bijdrage aan de versterking van het landschap. Het toevoegen van bos of heide. De versterking van groen-, recreatieve en ecologische structuur. De verhoging van de natuurwaarden. De mogelijkheden voor recreatief medegebruik (openstelling wandelpaden, logiesfunctie, vergaderfaciliteiten, restaurant, theetuin, dagrecreatie in de vorm van kunst en cultuur). De toevoeging van belevingswater en vergroten retentiemogelijkheden. De bijdrage aan de plattelandsvernieuwing. De verbreding van de woningmarkt. De borging van het beheer van groenelementen. De vereiste dat tenminste 30% van de oppervlakte uit natuur bestaat, en ook het erf een beperkte oppervlakte heeft betekent dat een groot deel van het nieuwe landgoed als landbouwgrond in gebruik kan blijven. Deze grond kan door de eigenaar worden benut of voor andere gebruikers beschikbaar worden gesteld door het in pacht uit te geven. De vorming van een nieuw landgoed betekent dus niet dat alle grond aan de landbouw wordt onttrokken. Bij het maken van een plan voor een nieuw landgoed wordt ook het gemeentelijke Natuur- & Landschapsplan in acht genomen.

Rechtspraak bij dit artikel